Wat is juist: ‘Wees maar niet bang!’ of ‘Ben maar niet bang!’?

‘Wees maar niet bang!’ is de juiste vorm in het Standaardnederlands. Alleen wees is juist als gebiedende wijs van zijn. Het is bijvoorbeeld ook ‘Wees eens stil!’, ‘Wees jezelf’ en ‘Wees tevreden met wat je hebt!’ 

De vorm wees is uitzonderlijk, want bij alle andere werkwoorden is de gebiedende wijs gelijk aan de eerste persoon enkelvoud (de ik-vorm): ‘Loop door!’, ‘Stop met lachen!’, ‘Ga zitten!’, ‘Meld geweld!’, ‘Word lid!’, etc.

De gebiedende wijs ben komt met name in gesproken taal geregeld voor, en lijkt in het ene dialect wat gewoner te zijn dan in het andere. Heel onlogisch is die vorm natuurlijk niet: ben is immers de ik-vorm, en door die te gebruiken volg je het patroon van de andere gebiedende wijzen.

Het is goed mogelijk dat ben in opmars is als gebiedende wijs en dat wees steeds minder voorkomt. Veel mensen hebben geleerd dat ze het werkwoord wezen moeten vermijden - wat overigens niet terecht is -, en misschien zijn ze daardoor ook huiverig om wees te gebruiken. In dat geval zou je ben (‘Ben maar niet bang’) kunnen opvatten als een vorm van hypercorrectie.