Moet er een spatie staan tussen vlak en bij in 'Ik woon vlakbij/vlak bij mijn ouders?'

Ja, juist is 'Ik woon vlak bij mijn ouders.'

Combinaties als vlak bij, dicht bijdichter bijdichtst bij en midden in zijn twee woorden als het voorzetsel (bij, in) bij een erop volgende woordgroep (met een zelfstandig naamwoord), een eigennaam of een persoonlijk voornaamwoord hoort:

  • Ik woon vlak bij mijn ouders.
  • Hij wilde vlak bij me zitten.
  • Pas op, je zit te dicht bij het vuur!
  • Dicht bij ons woont een ex-tbs'er.
  • Ik wil dicht bij je zijn.
  • Dichter bij de natuur kun je niet komen.
  • Ik wil dichter bij je zijn.
  • We moeten dichter bij elkaar komen.
  • Jij zit het dichtst bij het aanrecht.
  • Zij werkt midden in Den Haag.
  • Zet de theepot altijd midden op tafel.

Hoort het voorzetsel niet bij iets wat volgt, dan vormt het één geheel met het bijwoord vlak, dicht of midden:

  • Mijn ouders wonen vlakbij.
  • Zoekt u een bril voor dichtbij of voor veraf?
  • Hou het eens dichterbij, ik kan het niet lezen.
  • Jij zit het dichtstbij.
  • We zaten er middenin.
  • Zet de theepot maar middenop.