Wat is het best: vergevingsgezind of vergevensgezind?

Volgens alle hedendaagse naslagwerken, waaronder onze eigen Spellingwijzer Onze Taal (2015), is het allebei juist. Vergevensgezind ('mild', 'ervoor open staand anderen te vergeven') is de oudste vorm; vergevingsgezind betekent precies hetzelfde en is in de praktijk inmiddels de gebruikelijkste vorm.

Vergevensgezind is opgebouwd uit een werkwoord (vergeven) en het bijvoeglijk naamwoord -gezind ('gestemd/genegen tot'). Het is de enige nog gangbare samenstelling op -gezind met een werkwoord als eerste deel. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft er meer, bijvoorbeeld huwensgezind ('trouwlustig') en reizensgezind ('reislustig'). Deze woorden worden al lange tijd bijna niet meer gebruikt.

Op vergevingsgezind (met als eerste deel het zelfstandig naamwoord vergeving) is niets aan te merken. Het is immers heel gewoon om samenstellingen te vormen met een zelfstandig naamwoord en -gezind. Vergelijk ook hervormingsgezind en opofferingsgezind.