Wat is juist: ‘Ik heb zijn naam vergeten’ of ‘Ik ben zijn naam vergeten’?

‘Ik ben zijn naam vergeten’ heeft de voorkeur.

Het werkwoord vergeten heeft twee betekenissen: ‘iets niet meer weten, je iets niet meer herinneren, ergens niet aan gedacht hebben’ en ‘verzuimen iets te doen, verzuimen iets mee te nemen/brengen’.

Vergeten in de betekenis ‘niet meer weten, je iets niet meer herinneren, ergens niet aan gedacht hebben’ wordt in de voltooid tegenwoordige tijd bij voorkeur gecombineerd met het hulpwerkwoord zijn:

  • Ik ben zijn naam vergeten.
  • Ben je nu alweer je inlogcode vergeten?

Bij vergeten in de betekenis ‘verzuimen iets te doen of mee te nemen/brengen’ mag zowel hebben als zijn worden gebruikt. Daarmee hangt een subtiel betekenisverschil samen:

  1. Ik heb de boeken vergeten mee te brengen.
  2. Ik ben de boeken vergeten mee te brengen.

Zin 1 legt de nadruk op de handeling zelf: het verzuimen, het niet-meebrengen. Zin 2 legt het accent op de toestand die het gevolg van het verzuimen is: de situatie nu, zonder boeken, omdat de ‘ik’ er niet aan gedacht heeft de boeken mee te brengen. Vergelijk ook:

  1. Ik heb haar telefoonnummer vergeten.
  2. Ik ben haar telefoonnummer vergeten.

In zin 1 ligt de nadruk op het feit dat de ‘ik’ verzuimd heeft het briefje met daarop het telefoonnummer mee te brengen en in zin 2 op het feit dat de ‘ik’ het telefoonnummer niet meer weet.

Dit subtiele betekenisverschil tussen een voltooide tijd met hebben en zijn is veel beter zichtbaar bij werkwoorden die een beweging uitdrukken, zoals lopen:

  • Ik heb de hele middag over het strand gelopen. (nadruk op de handeling: het lopen)
  • Ik ben vanmiddag naar het strand gelopen. (nadruk op het resultaat daarvan: de bestemming)