Komt er wel of geen tussen-s in kwaliteit(s)controle?

Zowel kwaliteitcontrole als kwaliteitscontrole is juist. Wel is kwaliteitscontrole (met tussen-s) verreweg het gebruikelijkst.

De regel voor de tussen-s is: als een woord het best klinkt met een tussen-s, dan mag je de tussen-s ook opschrijven. In de meeste gevallen kun je dus op je gehoor afgaan. Bij een woord als kwaliteit(s)standaard is niet te horen of er één of twee s’en geschreven moeten worden. Dat komt doordat standaard ook al met een s begint. Om te bepalen wat de beste vorm is, kun je twee dingen doen:

  1. Maak een samentrekking. Als je twijfelt over kwaliteit(s)standaard, kun je nagaan welke samentrekking voor jou het best klinkt: kwaliteits- en levensstandaard of kwaliteit- en levensstandaard. Als het eerste het best klinkt, pleit dat voor kwaliteitsstandaard.
  2. Vervang het tweede deel door een woord dat niet met een s-klank begint. In kwaliteitsbewaking is een tussen-s duidelijk het gangbaarst. Dan kun je ook kiezen voor kwaliteitsstandaard.

Er zijn dus geen officiële goed-foutregels voor het wel of niet invoegen van de tussen-s. Het is dan ook geen groot spellingprobleem, omdat bij de meeste woorden duidelijk is welke vorm het gebruikelijkst is. En als dat niet zo is, zijn die twee vormen voor het gevoel van de meeste mensen ook echt even acceptabel.

Er zijn wél enkele patronen aan te wijzen bij het gebruik van de tussen-s. Die beschrijven we hieronder.

Vaak wel een tussen-s

De meeste mensen gebruiken wel een tussen-s:

  • als het woord eindigt op -waardig, -waard, -gewijs, -halve: lovenswaardig, beklagenswaard, sprongsgewijs, veiligheidshalve;
  • als het eerst deel eindigt op -heid, -ing of -teit: gladheidsbestrijding, aanbiedingsprijs, universiteitsblad, tevredenheidsonderzoek;
  • als het eerste deel een mannelijke persoonsaanduiding is op -er, -eur, -ier of -aar en een meervoud op -s heeft: werknemersorganisatie, bakkersschort, adviseursfunctie, koeriersdienst, kunstenaarscafé;
  • als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat begint met be-, ge- of ver-: bedieningspost, gebedshuis, vernieuwingsdrift (uitzonderingen zijn onder andere geheimschrift en verbanddoos).

Vaak geen tussen-s

De meeste mensen gebruiken geen tussen-s:

  • als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat niet verwijst naar een levend wezen en (ook) een meervoud heeft op -s: motorboot, televisieprogramma, theatergezelschap;
  • als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat eindigt op -ier en geen persoon aanduidt: alvleesklierontsteking, spierkracht;
  • als het eerste deel een werkwoordstam is: babbelkous, loopafstand, rekenhulp (uitzonderingen: leidsman, scheidsrechter);
  • als het woord eindigt op -schap (in de betekenis ‘hoedanigheid, het zijn van’): blijdschap, ondernemerschap, slachtofferschap;
  • als het eerste woorddeel een stof aanduidt en niet telbaar is: aluminiumfolie, bierglas, koffieboon (maar wel meestal houtskool, bloedsomloop).