Waar komt het woord tompouce vandaan?

Een tompouce, ook wel geschreven als tompoes, is een gebakje. Het is rechthoekig en bestaat uit twee lagen bladerdeeg met daartussen gele room (‘banketbakkersroom’) of soms slagroom. Bovenop zit (meestal roze) glazuur. Op Koningsdag eten veel Nederlanders een oranjetompouce.

Tompouce gaat terug op de Franse naam Tom Pouce (letterlijk: Tom Duim). Tom Pouce was de Franse vertaling van Tom Thumb. Tom Thumb was een personage dat al voorkwam in Engelse kinderverhalen uit de zeventiende eeuw. Het was een mannetje dat niet groter was dan de duim van zijn vader. Net als Klein Duimpje uit het bekende sprookje, al is dat verder een heel ander personage.

Klein uitgevallen

Tompouce werd in het Nederlands een benaming voor allerlei dingen die klein uitgevallen waren. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands vermeldt dat een tompouce een bepaald rijtuigje kon zijn, een dwerggeranium en een damesparapluutje. Ook het gebakje werd waarschijnlijk tompouce genoemd omdat het klein was. In Frankrijk is de tompouce als gebakje overigens nauwelijks bekend. De Fransen kennen de millefeuille, een taart met drie lagen bladerdeeg. De kans is groot dat de Nederlandse tompouce geïnspireerd is op de millefeuille.

Kruimels

De Dikke Van Dale geeft als verklaring bij tompouce in de betekenis ‘gebakje’ dat het waarschijnlijk zo is genoemd omdat het bladerdeeg onvermijdelijk kruimelt als je het opeet. Dat kruimelen deed denken aan het sprookje van Klein Duimpje – die strooide immers kruimels om de weg naar huis terug te kunnen vinden. Dat zou betekenen dat men er in Nederland (ten onrechte) van uitging dat Tom Pouce dezelfde figuur was als Klein Duimpje.

General Tom Thumb

Er doet nóg een verklaring de ronde. Op diverse websites is te lezen dat de eerste tompouce zou zijn gemaakt door een banketbakker uit Amsterdam. Volgens dit verhaal noemde hij zijn gebakje naar Charles Sherwood Stratton, een artiest die maar 63,5 cm lang was. Zijn artiestennaam was General Tom Thumb. Het circus waar hij deel van uitmaakte, toerde van 1844 tot 1845 door Europa en kwam ook in Nederland. Het verhaal gaat dat deze Amsterdamse bakker het kleine gebakje naar deze kleine Tom Thumb noemde, maar dan wel in het Frans: tompouce.

Tom Poes

Tompouce zal veel mensen ook meteen doen denken aan de naam Tom Poes. Dat is de metgezel van Ollie B. Bommel in de verhalen van Marten Toonder. Het verhaal gaat dat schrijfster en illustratrice Phiny Dick, de vrouw van Toonder, de naam van deze slimme poes heeft bedacht.