“De Nederlandse economie is, na jaren van voorspoed en sterke economische groei, volledig tot stilstand gekomen.” Betekent deze zin dat er in het hele land niet meer wordt gewerkt?

 

Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat er geen sprake meer is van economische bedrijvigheid als 'de economie tot stilstand is gekomen'. Maar stilstand heeft meer dan één betekenis. Van Dale (2005) omschrijft stilstand als “onderbreking of beëindiging van een voortgang of een ontwikkeling”. Dat in de voorbeeldzin gedoeld wordt op het ophouden van een ontwikkeling, blijkt uit de context: stilstand staat immers in contrast met “economische groei”.

Naast groeien kan de economie ook achteruitgaan ('krimpen', 'een negatieve groei vertonen'). Stilstaan is noch het een noch het ander; het betekent eenvoudig 'niet groeien'.

De stilstand-metafoor is heel gebruikelijk. Zo is de voorbeeldzin hierboven gebaseerd op een zin uit de Troonrede van 2003. Het beeld wordt ook in andere talen gebruikt: “Euro-Wirtschaft kommt zum Stillstand” en “German economy grinds to a halt.”