Is richting goed gebruikt in de zin ‘Op Koningsdag gaan veel feestvierders richting Amsterdam’?
 

Ja, deze zin is juist.

Richting is oorspronkelijk een zelfstandig naamwoord, maar in richting Amsterdam wordt het als voorzetsel gebruikt, in de betekenis ‘naar’. Dit is een relatief nieuwe manier om het woord richting te gebruiken.

In de betekenis ‘in de richting van’ komt richting in elk geval al sinds het einde van de negentiende eeuw voor. In een krant uit 1879 staat: “In 1878 werden door de Apeldoornsche sluis geschut, richting Hattem-Dieren, 618 vaartuigen”. Van de betekenis ‘in de richting van’ is het een kleine stap naar ‘naar’. Een passage uit een krant uit 1963: “Weer aan vaste wal terug in de bus: we gingen richting Schiphol. Eerst eten en wat souvenirs kopen (...).” 

Al enige tijd komt richting ook vaak voor in de betekenis ‘bestemd voor, gericht aan’ – een wat abstractere interpretatie van ‘in de richting van’. Bijvoorbeeld: ‘Zijn opmerkingen richting de bedrijfsleiding vonden geen gehoor’ of ‘Dat was een pesterijtje richting historici.’ In een krant uit 1977 staat: “Trumbic’s belangrijkste verwijten gingen richting Nico Landeweert en Hans Smits.” 

Het lijkt misschien vreemd dat richting van woordsoort verandert, maar dat komt wel vaker voor. Gedurende en aangaande waren bijvoorbeeld oorspronkelijk werkwoordsvormen (tegenwoordige deelwoorden), maar fungeren al lange tijd als voorzetsels. Ook rond in bijvoorbeeld rond de tafel zitten is een relatief nieuw voorzetsel (het is ‘eigenlijk’ een bijvoeglijk naamwoord).