Wanneer gebruik je een puntkomma?

 

Een puntkomma houdt het midden tussen een punt en een komma. Net als de punt sluit de puntkomma een mededeling af, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat er een directe band is met de volgende mededeling.

(1) We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
(2) Beginnen jullie maar alvast; door het drukke verkeer ben ik wat later.
(3) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken; doe je dat niet, dan kunnen de klachten terugkomen.

Het gaat hier steeds om twee hoofdzinnen die vrij nauw met elkaar samenhangen; een punt tussen de zinnen zou een iets te sterke scheiding uitdrukken.

Puntkomma of punt

Als een puntkomma past, past de punt meestal ook, maar met een punt staan de mededelingen losser van elkaar. In de voorbeelden hieronder heeft de tweede zin steeds een wat losser verband met de eerste zin, zodat een punt hier meer voor de hand ligt dan een puntkomma.

(4) We hebben een mooie zomer gehad. Jammer is wel dat ik daar zelf door de grote drukte op mijn werk niet zo van heb kunnen genieten.
(5) Beginnen jullie maar alvast. Van de meeste vergaderpunten heb ik overigens mijn standpunt al via de mail doorgegeven.
(6) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken. De huisarts raadt dat dringend aan, omdat in dat geval de kans het grootst is dat de antibiotica hun werk doen.

Soms speelt bij de keuze ook de lengte van de zinnen een rol. Zo zou in zin (6) juist weer goed een puntkomma kunnen staan als de ‘omdat’-bijzin zou ontbreken:

(6a) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken; de huisarts raadt dat dringend aan.

Maar (6) kan beter niet als één zin met een puntkomma worden geschreven; daarvoor ligt er te veel nadruk op de – ook nog eens vrij lange – ‘omdat’-zin. Met een punt tussen de twee zinnen is het geheel meer in balans.

Puntkomma of komma

De komma geeft een nauwer verband aan tussen de deelzinnen dan de puntkomma.

(7) We hebben een mooie zomer gehad, waarbij vooral augustus eruit sprong.
(8) Beginnen jullie maar alvast, want ik sta nog in de file.
(9) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken, omdat de klachten anders terug kunnen komen.

In zin (7) en (9) is een puntkomma sowieso niet mogelijk, omdat de met ‘waarbij’ en ‘omdat’ beginnende bijzinnen niet als zelfstandige zin kunnen voorkomen. Een puntkomma staat – net als een punt – in principe tussen twee complete zinnen. Bij een komma geldt dat principe niet, maar een komma kán wel tussen twee zelfstandige zinnen voorkomen, en wel als er een heel nauw verband is:

(10) We hebben een mooie zomer gehad, dat staat buiten kijf.
(11) Beginnen jullie maar alvast, ik kom er zo aan.
(12) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken, je mag niet zomaar stoppen.

Een puntkomma is in deze gevallen ook wel mogelijk, maar zou enigszins de ‘vaart’ eruit halen; de komma zorgt voor een wat vloeiender geheel. In zin (10), (11) en (12) is min of meer één doorlopende intonatie te horen, terwijl bij een puntkomma de deelzinnen meer klinken als zelfstandige zinnen met elk een eigen intonatie.

In veel gevallen is het verschil tussen een komma en een puntkomma ook te horen: voor een komma gaat de zinsmelodie iets omhoog, voor een puntkomma – en vooral voor een punt – iets omlaag.

Puntkomma of dubbele punt

De puntkomma en de dubbele punt worden soms met elkaar verward. Ze kunnen in het gebruik dicht bij elkaar liggen, maar het zijn wel degelijk verschillende leestekens. Een dubbele punt is meestal juist als in het eerste deel van de zin de/het volgende of als volgt staat of kan worden toegevoegd, of als er in het tweede deel namelijk, immers of want bij kan worden gedacht.

(13) We hebben een mooie zomer gehad: er was [namelijk/immers] veel zon en de temperaturen waren aangenaam.
(14) Ik kom iets later: [want] ik sta nog in de file.
(15) Het advies luidt dan ook [als volgt]: maak de kuur helemaal af.

In zin (13) en (14) zou een puntkomma ook prima passen, maar de dubbele punt drukt het verklarende aspect wat explicieter uit. In zin (15) is een puntkomma niet mogelijk, vanwege de specifieke aankondigende functie die de dubbele punt daar heeft.

Als in de zin daadwerkelijk een redengevend woord als namelijk, immers of want staat (en het om een zin gaat die op zichzelf staat of kan staan), is een puntkomma juist beter dan een dubbele punt:

(13a) We hebben een mooie zomer gehad; er was immers veel zon en de temperaturen waren aangenaam.
(14a) Ik kom iets later; ik sta namelijk nog in de file.

De woorden immers en namelijk geven hier al aan dat er sprake is van een verklaring of toelichting; de combinatie van zo’n woord met een dubbele punt zou dubbelop zijn.

In zinnen als de onderstaande is een puntkomma niet juist:

(16) De raad van bestuur vergadert over drie kwesties: het bonusbeleid, de vakantieregeling en het pc-plan.
(17) Enkele landen zijn in financiële problemen gekomen: met name Griekenland, Italië en Spanje.

Door de aankondigingsfunctie van de dubbele punt hoeft de tweede deelzin geen volledige zelfstandige zin te zijn. Na een puntkomma moet daarentegen in principe wel een volledige zin volgen, met een persoonsvorm.

(16a) De raad van bestuur vergadert over drie kwesties; op de agenda staan het bonusbeleid, de vakantieregeling en het pc-plan.
(17a) Enkele landen zijn in financiële problemen gekomen; het gaat met name om Griekenland, Italië en Spanje.