Is ‘Piet wil na zijn pensioen iets anders gaan doen’ een goede zin, of moet het ‘na zijn pensionering’ zijn? 
En waarom schrijf je pensioen eigenlijk met een oe, en pensionering en gepensioneerd met een o?

Zowel ‘Piet wil na zijn pensioen iets anders gaan doen’ als ‘Piet wil na zijn pensionering iets anders gaan doen’ is een goede zin.

Het woord pensioen duidt van oorsprong de uitkering aan die je krijgt vanaf het moment dat je – wegens ouderdom – stopt met werken. Maar het kan ook gebruikt worden om de periode aan te duiden waarin je pensioen ontvangt: ‘Ze heeft tijdens haar pensioen nog allerlei bestuurlijke taken gehad’, of het moment waarop je met pensioen gaat: ‘Piet wil na zijn pensioen iets anders gaan doen.’

Nog lang niet alle hedendaagse woordenboeken geven de periode- en moment-betekenis van pensioen; de grote Van Dale (2015) vermeldt ze in de papieren editie nog niet, maar in de digitale versie inmiddels wel. Dat is opmerkelijk, want het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) sprak in 1920 – zij het zijdelings – al van “tijdstip waarop men gepensionneerd wordt”.

Het woord verlof heeft een vergelijkbare betekenisuitbreiding gehad: oorspronkelijk betekende het ‘vergunning’, vervolgens ‘vergunning om voor enige tijd naar huis te gaan’, en nu vooral ‘tijd dat iemand verlof heeft’.

De oe en de o

Dan het verschil in klinker bij pensioen en pensionering. Het woord pensioen is al in de veertiende eeuw uit het Frans geleend; het Franse woord was pension. Lange tijd – grofweg tot in de zestiende eeuw – kregen Franse woorden die op -on eindigden, in het Nederlands vaak een vorm op -oen. Dat is onder meer ook gebeurd bij citroen, limoen en fatsoen (in het Frans citron, limon en façon).

Het werkwoord pensioneren komt ook uit het Frans – het luidt in die taal pensionner – maar die ontlening vond pas enkele eeuwen later plaats, vermoedelijk in de achttiende eeuw. Blijkbaar is er nooit behoefte geweest om de o-klank aan te passen aan het al langer bestaande pensioen.

Het gebeurt vaker dat sterk verwante woorden in vorm verschillen doordat ze in verschillende periodes zijn ontleend. Voorbeelden: akkoord - accorderen, spektakel - spectaculair, klassiek - classicisme, kalk - calcium.