Wat zijn overgankelijke en onovergankelijke werkwoorden?

Een overgankelijk werkwoord is een werkwoord dat een lijdend voorwerp bij zich kan of moet hebben. Door taalkundigen wordt ook wel de term transitief werkwoord gebruikt. Een onovergankelijk werkwoord heeft juist geen lijdend voorwerp bij zich. Deze werkwoorden worden ook wel intransitief genoemd.

Sommige werkwoorden hebben altijd een lijdend voorwerp bij zich: 'Ik maak een foto.' 'Ik maak' is geen goede zin; andere werkwoorden krijgen juist nooit een lijdend voorwerp: 'Ik zit op een stoel.' 'Ik zit een stoel' is geen goede zin.

Veel werkwoorden hebben soms wel, en soms geen lijdend voorwerp bij zich:

  • Mijn vader kookt. (onovergankelijk)
  • Mijn vader kookt aardappels. (overgankelijk)
  • Zij schrijft haar zusje wekelijks. (onovergankelijk)
  • Zij schrijft haar zusje een e-mail. (overgankelijk)