Als iemand net niet geraakt wordt door bijvoorbeeld een kogel, zeg je dan ‘De kogel miste hem op een haar na’ of ‘De kogel raakte hem op een haar na’?

‘De kogel raakte hem op een haar na’ is eigenlijk het meest logisch. Op een haar na betekent volgens de woordenboeken namelijk ‘bijna, net niet’. Op een haar na raken is dus ‘bijna raken’. Op een haar na missen is: ‘bijna missen’, dus: ‘wél raken’.

Op een haar (zonder na) betekent ‘maar net, op het nippertje’. Dus ‘De kogel miste hem op een haar’ (‘miste hem maar nét’) betekent hetzelfde als ‘De kogel raakte hem op een haar na’ (‘de kogel raakte hem bíjna’).

Op een haar (na) 

Zinnen als ‘De kogel miste hem op een haar na’ komen tegenwoordig vaak voor. Nog een paar voorbeelden:

1a Jammer genoeg miste ik de trein op een haar na.
1b Jammer genoeg miste ik de trein op een haar. (eigenlijk logischer: op een haar = nét wel, ‘ik miste de trein jammer genoeg nét’)
2a De poging mislukte op een haar na.
2b De poging mislukte op een haar. (eigenlijk logischer: op een haar = nét wel, ‘de poging mislukte jammer genoeg nét’)
3a De automobilist verloor de macht over het stuur en miste op een haar na een boom.
3b De automobilist verloor de macht over het stuur en miste op een haar een boom. (eigenlijk logischer: op een haar = ‘nét wel’, ‘hij miste de boom gelukkig nét’)

Zinnen 1a, 2a en 3a lijken tegenwoordig gebruikelijker te zijn dan 1b, 2b en 3b, ook al zijn de a-zinnen eigenlijk minder logisch. Op een haar en op een haar na zijn dus inmiddels voor veel mensen synoniemen. Wat precies bedoeld is, blijkt voldoende uit de rest van de zin.