Wat is juist: onmiddelijk of onmiddellijk?

Onmiddellijk is juist, met twee l'en.

Onmiddellijk bestaat uit on- en middellijk, en middellijk zelf bestaat uit het grondwoord middel en het achtervoegsel -lijk. De foute spelling onmiddelijk komt vaak voor, waarschijnlijk doordat er zoveel woorden bestaan die op -elijk eindigen.

Het achtervoegsel -lijk maakt een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord van allerlei andere woordsoorten. Vaak komt er een -e- tussen het grondwoord en -lijk te staan, omdat dat de uitspraak makkelijker maakt: ogenblikkelijk, afschuwelijk, appetijtelijk, enzovoort. Die extra -e- komt er niet als het grondwoord in de laatste lettergreep al een 'stomme e' heeft, zoals in kinderlijk, openlijk en ook onmiddellijk.

Het nauwelijks gebruikte middellijk betekent 'langs/via/met/door een middel', oftewel 'indirect, niet rechtstreeks'. Als dat 'middel' niet in de weg zit, is iets onmiddellijk, oftewel 'direct'.