Wat is juist: 'De buurvrouw kan al goed Nederlands' of 'De buurvrouw kent al goed Nederlands'?

 

Kennen is de veiligste keuze: 'De buurvrouw kent al goed Nederlands.'

Van de combinatie kunnen plus een taalnaam werd altijd gezegd dat die niet goed was, want kunnen is een hulpwerkwoord en er hoort dus nog een ander werkwoord in de zin te staan, zoals spreken: 'De buurvrouw kan al goed Nederlands spreken.' Maar dat argument gaat niet helemaal op: je kunt ook zinnen maken als 'Je kunt het wel!' en 'Dat kan makkelijk.' (Opvallend genoeg wordt in het Duits bij taalnamen juist können gebruikt in plaats van kennen: 'Er kann Niederländisch.')

Het is dus niet zo vreemd dat kunnen in een zin als 'De buurvrouw kan al goed Nederlands' vaak voorkomt, maar toch vinden veel taalgebruikers kennen hier verzorgder. Dat geldt ook voor zinnen als 'Evi kan/kent de tafel van 12 al.'