Waar komen de namen van onze maanden vandaan?
 

De namen van onze maanden hebben we overgenomen van de Romeinen; ze zijn onder meer genoemd naar goden en keizers. Oorspronkelijk kende de Romeinse kalender maar tien maanden, en begon het jaar in maart. De laatste maand van het jaar, december, werd gevolgd door een naamloze winterperiode. Deze twee maanden kregen in de zevende eeuw voor Christus de namen januari en februari. Later werd januari de eerste maand van het jaar.

  • januari: naar Janus, de god van doorgangen, poorten en in- en uitgangen, ook in de tijd. Algemener werd Janus wel gezien als god van alle begin, en van de overgang van oud naar nieuw. Janus wordt meestal afgebeeld met twee gezichten: een dat naar voren kijkt (naar de toekomst) en een dat naar achteren kijkt (naar het verleden). De elfde maand van het jaar werd naar hem vernoemd omdat hij als het begin van een nieuwe periode werd beschouwd – het was namelijk de eerste maand na de winterse zonnewende. Dat deze maand uiteindelijk de eerste maand van het jaar werd, heeft ook met die associatie te maken.
     
  • februari: van het Latijnse februare, dat 'reinigen' betekent. Letterlijk 'de maand van het reinigingsfeest'. In deze laatste maand van het oude Romeinse jaar werden reinigingsoffers gebracht.
     
  • maart: naar Mars, de god van de oorlog; mogelijk zo genoemd omdat in het voorjaar de strijd, die 's winters stillag, weer hervat kon worden. Overigens kan de vernoeming naar Mars ook te maken hebben met het feit dat hij oorspronkelijk de god van de vegetatie was; in maart komt deze na de winter immers weer op.
     
  • april: herkomst onzeker. De Latijnse vorm was aprilis; deze kan komen van een Etruskisch woord dat uiteindelijk teruggaat op de naam Aphrodite (de godin van de liefde). Een tweede mogelijkheid is een verband met aperire, dat 'openen' betekent, ter aanduiding van de ontluikende natuur. Ook wordt wel een verband met apricus, Latijn voor 'door de zon beschenen', verondersteld.
     
  • mei: naar Maia, in de Romeinse mythologie de moeder van Mercurius, maar oorspronkelijk de godin van de groei. Ook mogelijk is dat de maand genoemd is daar de god Jupiter Maius, die groeikracht brengt. De namen Maia en Maius gaan beide terug op maior, wat 'groter' betekent.
     
  • juni: naar Juno, de beschermgodin van de vrouw, het huwelijk en de geboorte.
     
  • juli: Gaius Julius Caesar noemde in 44 voor Christus zijn geboortemaand naar zichzelf. De maand heette oorspronkelijk quintilis 'vijfde', omdat het de vijfde maand was van het jaar (dat immers in maart begon).
     
  • augustus: naar keizer Augustus (letterlijk 'de verhevene'), de eerste keizer van het Romeinse Rijk. Hij haalde in deze maand zijn belangrijkste overwinningen en werd in augustus consul. In 8 voor Christus stemde Augustus ermee in om de zesde maand van het jaar, die tot dan toe sectilis/sextilis ('zesde maand') had geheten, voortaan augustus te noemen. Dat Augustus ook in augustus overleed, is toeval. Ons woord oogst is van augustus afgeleid.
     
  • september: van septem ('zeven'). Deze maand was oorspronkelijk immers de zevende maand van het Romeinse jaar.
     
  • oktober: van octo 'acht'.
     
  • november: van novem 'negen'.
     
  • december: van decem 'tien'.

Wanneer deze namen in het Nederlands zijn overgenomen, is niet zeker. Het lijkt erop dat dat in de loop van de Middeleeuwen is gebeurd; in teksten uit die periode komen we vaak zowel woorden als marte ('maart') en april tegen als oudere Nederlandse benamingen als herfstmaand, lentemaand en wiedemaand.