Wanneer gebruik je het voorzetsel na en wanneer gebruik je naar?

 

Na betekent 'later dan', 'in tijd of ruimte volgend op'. Het is het tegenovergestelde van voor. Met na kun je dus zeggen dat iets later gebeurt dan iets anders, of dat iets of iemand achter iets of iemand anders aan komt. Voorbeelden:

  • Na 17.00 uur hebt u een pasje nodig om binnen te komen.
  • U kunt na afloop van de voorstelling napraten in ons café.
  • De wc-deur ging pas na een kwartier weer open.
  • U kwam na mij binnen, dacht ik.
  • Het is bij ons in de straat altijd erg druk na schooltijd.
  • Na u! (als je iemand laat voorgaan)
  • Na verloop van tijd klaarde het op.
  • Na vier koninginnen heeft Nederland nu een koning.
  • Na werktijd kunt u mij bereiken op mijn mobiele telefoon.

Naar geeft allereerst een richting aan. In tegenstelling tot na kan naar vaak met toe gecombineerd worden: naar Alkmaar / naar Alkmaar toe.

  • Naar Alkmaar met de trein is goed te doen.
  • Breng dit maar even naar de schuur.
  • Ik ga liever naar het strand dan naar het bos.
  • Wij komen wel naar jullie.
  • Moet je niet naar school?
  • Wil je je stoel wat naar voren zetten?

Daarnaast heeft naar een paar minder concrete betekenissen. Vaak is het te vervangen door volgens, maar dat past niet altijd.

  • Er zijn extra maatregelen genomen naar aanleiding van dreigementen.
  • Hij is naar alle waarschijnlijkheid een natuurlijke dood gestorven.
  • We moeten naar bevind van zaken handelen.
  • Naar de letter van de wet is het verboden.
  • Het is een televisieserie naar een thriller van Charles den Tex. (= gebaseerd op)
  • Heb je het een beetje naar je zin?
  • Jullie tijdschrift is naar mijn bescheiden mening het allerbeste ter wereld.
  • Haar nieuwe huis is naar ons idee wat ongezellig.
  • Naar het uiterlijk te oordelen is hij wel geschikt voor de hoofdrol in een maffiaserie.

Tot slot komt naar veel voor als vast voorzetsel bij werkwoorden.

  • Onze katten zijn genoemd naar tekenfilmfiguren.
  • Aleid heet naar haar oma.
  • Wat fijn dat ze zo goed naar ons geluisterd hebben.
  • Het ruikt hier naar kippensoep.
  • Onze partij streeft naar een eerlijke maatschappij.
  • Na zo veel sneeuw en kou verlangt iedereen naar de lente.