Wat is juist: laagdunkend of laatdunkend?

Laatdunkend (‘minachtend, geringschattend’) met een t is juist. Bijvoorbeeld:

  • Hij maakte een laatdunkende opmerking.
  • De presidentskandidaat had spijt van zijn laatdunkende uitlatingen over mensen die geen inkomstenbelasting betalen.

Laatdunkend komt van zich laten dunken, dat vroeger ‘zich heel wat verbeelden, een hoge dunk van zichzelf hebben’ betekende. Laat is hier dus een vorm van het werkwoord laten en heeft niets te maken met laat in de betekenis ‘niet vroeg’.

Het werkwoord dunken betekent tegenwoordig ‘als mening hebben’, ‘toeschijnen, lijken’. Er hoort een speciale zinsconstructie met een ondervindend voorwerp bij: ‘Die beslissing dunkt me wijs’ (me is ondervindend voorwerp).

Dat veel mensen laagdunkend gebruiken in plaats van laatdunkend, is wel voorstelbaar. Ten eerste bestaat de uitdrukking een lage dunk van iets/iemand hebben. Dunk betekent hier ‘mening, waardering’. Ten tweede kun je ‘laag denken’ over iets of iemand, bijvoorbeeld: ‘Er wordt te laag over het vmbo gedacht.’ De woordenboeken en spellinglijsten vermelden echter nog steeds alleen laatdunkend.