Wat is correct: iets fris of iets fris' (dus met een apostrof na fris)?

 

Iets fris, zonder apostrof na fris, is juist.

Na woorden zoals iets, weinig, wat, allerlei en genoeg krijgen bijvoeglijke naamwoorden een s aan het eind: iets lekkers, wat vrolijks, weinig leuks. Als het bijvoeglijk naamwoord zelf al op een s of een andere sisklank eindigt, vervalt de extra s; er wordt ook geen apostrof gebruikt. Voorbeelden:

  • Ik neem iets fris, want ik ben de bob.
  • Haar glimlach had iets omineus.
  • Ze werden aangekondigd als acrobaten, maar ik zag er weinig acrobatisch in.
  • Ik zag daarstraks iets heel curieus.
  • De Delftse studenten bedachten iets ingenieus.
  • Zij reageert altijd met iets ironisch als haar een verwijt wordt gemaakt.
  • Ik zie helemaal niets sarcastisch in die column van Sylvia.

Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op een y, a, u of o is een apostrof nodig, omdat er anders verwarring over de uitspraak kan ontstaan. Bijvoorbeeld: iets bluesy's, iets sexy's, iets trendy's, iets blanco's, iets cru's en iets extra's.

Een apostrof ná de s of [s]-klank komt in het Nederlands wel voor bij bezitsvormen: Max' zusje, Loes' boek, Rasch' poëzievertalingen, Maurice' weblog, iemand anders' huis.