Als je ie in plaats van hij gebruikt, schrijf je dat dan los, met een streepje of met een apostrof?
 

 

Wij raden het streepje aan: 'Hij liegt dat-ie scheelziet', 'Wat zegt-ie?', 'Zo gaat-ie goed.' Het streepje is het gebruikelijkst omdat ie niet als zelfstandig woord voorkomt. Het ligt daarom het meest voor de hand het met een streepje 'vast te plakken' aan het voorgaande woord.

Een apostrof is niet aan te raden. In bijvoorbeeld 'Wat zegt 'ie?' suggereert de spelling 'ie dat deze vorm een verkorting zou zijn en dat is niet zo. De vorm ie bestond al in de Middeleeuwen naast hi (dat later hij werd). Het is ook te verdedigen om ie los te schrijven: 'Wat zegt ie?' Van Dale (2015) geeft naast het voorbeeld dat-ie scherp is in een ander lemma het voorbeeld wacht ie. Dan wordt ie als verouderde variant van hij opgevat.

Voor 'nog spreektaliger' gevallen bieden de naslagwerken geen regels. In bijvoorbeeld zei-d-ie en was-t-ie zouden twee streepjes gezet kunnen worden, maar één is ook mogelijk (en iets gebruikelijker): zei-die, was-tie.