Wat is juist: 'de accijns op gedestilleerd' of 'de accijns op gedistilleerd'?
 

 

Sterkedrank mág gedestilleerd genoemd worden, maar gedistilleerd komt veel vaker voor en heeft dan ook de voorkeur. Het sterkedrankmuseum in Schiedam heet dan ook Het Gedistilleerd Museum.

De werkwoorden distilleren en destilleren zijn wel volledige synoniemen van elkaar; ze betekenen 'door verdamping en condensatie zuiveren; in het bijzonder sterkedranken stoken'. Dis-/destilleren gaat via het Franse distiller terug op het Latijn. In het Latijn bestonden er al twee vormen, namelijk distillare en destillare. Deze werkwoorden zijn opgebouwd uit de- ('neer') + stillare ('druppelen, doen druppelen'). Vreemd genoeg komt in het Frans (het 'tussenstation' in de ontleningsroute) alleen de vorm met di(s)- voor, terwijl in het Nederlands ook de vorm met de(s)- is terechtgekomen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (deel III, ii, 1916) vermeldt beide werkwoorden al; ze bestaan tot op heden naast elkaar.

Dat het Frans uitsluitend de vorm distiller kent, lijkt op het eerste gezicht een goede verklaring voor het feit dat in het Nederlands gedistilleerd veel vaker voorkomt dan gedestilleerd. Deze redenering hoeft echter niet juist zijn: in het Frans is het voltooid deelwoord distillé niet als zelfstandig naamwoord 'sterkedrank' gaan betekenen. Dit proces heeft zich in het Nederlands voltrokken, en toevalligerwijs heeft (ook hier) de vorm met di(s)- het gewonnen.