Wat is juist: 'Daar is niemand bij gebaad' of 'Daar is niemand bij gebaat'?

 

'Daar is niemand bij gebaat' is goed. In de uitdrukking ergens (niet) bij gebaat zijn gaat het om het voltooid deelwoord gebaat van het werkwoord baten.

Baten betekent 'tot voordeel zijn'. 'Ik ben erbij (of: ermee) gebaat' is dus: 'ik heb er voordeel van', en 'Daar is niemand bij gebaat': 'daar heeft niemand voordeel van'. Het bijbehorende zelfstandig naamwoord baat betekent 'nut, voordeel, winst'; denk ook aan de kosten en de baten en 'De kost gaat voor de baat uit.'

Het voltooid deelwoord gebaad hoort bij het werkwoord baden: 'in bad gaan' of 'zwemmen' (ook figuurlijk).

  • Na die tweedaagse wandeling hebben we uitgebreid gebaad.
  • Op de centen moeten letten is lastig als je altijd hebt gebaad in weelde.