Wat is het verschil tussen enkel en alleen

Enkel en alleen betekenen in een zin als ‘Je hebt enkel/alleen een beetje fantasie nodig’ hetzelfde: ‘slechts, uitsluitend’. Alleen is de neutrale vorm; enkel wordt soms afgekeurd. Er zijn namelijk taalgebruikers die enkel een ouderwets, formeel woord vinden; andere vinden het juist een gewestelijk, dialect-achtig woord. In de woordenboeken is niets terug te vinden van deze ergernissen. Daarin staan enkel en alleen gewoon als synoniemen vermeld. Nog een paar voorbeelden:

  • Ik heb alleen het probleem aan de orde willen stellen.
  • Ik heb enkel het probleem aan de orde willen stellen.
  • Enkel de beste drie kwalificeren zich.
  • Alleen de beste drie kwalificeren zich.

Herkomst van enkel en alleen

Enkel is een afleiding van het telwoord één; het achtervoegsel -(e)l voegde oorspronkelijk het betekeniselement ‘telkens’ toe. Het komt al sinds de veertiende eeuw op schrift voor. Vanaf de negentiende eeuw kreeg enkel de bijbetekenis ‘alleen dit en niets anders’. Mogelijk kreeg het woord daardoor voor sommigen een wat gedragen en formele bijklank. In het Middelnederlands bestond de variant enkelt (met een t erachter); deze variant komt in veel dialecten nog steeds voor. Misschien dat daarom enkel op sommigen juist een wat minder formele indruk maakt.

Enkel kan ook ‘afzonderlijk, niet dubbel, niet-samengesteld’ betekenen, zoals in een enkele reis en het enkele feit dat ...

Alleen komt sinds de dertiende eeuw op schrift voor. Het bestaat uit al (‘helemaal’) en het telwoord één.

Enkel en alleen (tautologie)

In de vaste uitdrukking enkel en alleen zal niemand bezwaar hebben tegen enkel. Deze tautologie komt voor in zinnen als ‘Deze kapper knipt enkel en alleen mannen.’