Kun je het hebben over ‘een heel aantal mensen’? 

Ja, ‘een heel aantal mensen’ is een juiste formulering. Heel is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘groot, flink’. Die betekenis komt vaker voor: ‘Het was een hele klus’, ‘Het is nog een heel eind fietsen’, ‘Dat duurt een hele tijd’, ‘Dat was nog een heel gedoe’, ‘Afijn, heel verhaal ...’, enzovoort.

De meeste mensen kennen heel vooral in de betekenis ‘volledig’, zoals in ‘Het duurt een hele week’ (niet maar een paar dagen) en ‘Ik wil graag een heel brood’ (niet een half brood), en in de betekenis ‘ongeschonden, onbeschadigd’, zoals in ‘Gelukkig, de vaas is nog heel.’

Daarnaast is heel vaak een bijwoord in de versterkende betekenis ‘erg, zeer’: ‘Daar staat een heel oud huis’, ‘Dat heb je heel goed gedaan.’

Ontwikkeling

In de oudst bekende betekenissen is heel een bijvoeglijk naamwoord. De bijwoord-functie is er pas later bij gekomen. Oorspronkelijk – en dan hebben we het over zo’n 1000 jaar geleden – had heel de betekenis ‘gezond’; het woord is verwant aan heil (‘welzijn’) én aan het werkwoord helen (in de betekenis ‘beter maken’).

Daaruit ontstond de betekenis ‘onbeschadigd’, en vervolgens die van ‘volledig, geheel’. De betekenis ‘groot, flink’ is daar weer uit voortgekomen.

Heel als bijwoord is pas in de late Middeleeuwen ontstaan, zo’n 500, 600 jaar geleden. De betekenis hiervan, ‘zeer’ (als versterking), is eveneens voortgekomen uit de betekenis ‘volledig’.