Is dagdagelijks een goed synoniem van dagelijks?

Ja, dagdagelijks komt als synoniem van dagelijks voor. Het is vooral in België in gebruik. In Nederland is het minder gangbaar, al is het in bepaalde sectoren (politiek, bedrijfsleven) zeker ingeburgerd. Niet iedereen vindt het een mooi woord: veel mensen vinden dagdagelijks een overdreven nadrukkelijk of gezocht woord, met dat extra dag aan het begin.

Dagdagelijks komt onder meer voor in de betekenis ‘dagelijks’, ‘elke dag’, ‘dag in, dag uit’. Een paar voorbeelden:

  • Wij zetten ons dagdagelijks in voor onze klanten.
  • De politicus wordt al jaren dagdagelijks bedreigd.
  • Hier leer je de vaardigheden die je later dagdagelijks gaat toepassen.

Iets wat ‘dagelijks’ of ‘elke dag’ gebeurt, is natuurlijk al snel gewoon. Daardoor hebben dagelijks en dagdagelijks allebei ook vaak de betekenis ‘alledaags’, ‘gewoon’, ‘routine’.

  • Die columniste schrijft regelmatig over dagdagelijkse beslommeringen (‘alledaagse’).
  • Vrijwilligers helpen mensen bij dagdagelijkse taken als boodschappen doen en koken.
  • Ze houdt wel van die dagdagelijkse sleur.

Dagdagelijks is een leenvertaling van het Duitse tagtäglich. Mogelijk vinden degenen die het een lelijk woord vinden, het dus vooral een luie vertaling uit het Duits. Het Duits kent trouwens ook täglich (‘dagelijks, per dag’). In tagtäglich zorgt de herhaling van Tag ervoor dat de betekenis versterkt wordt tot élke dag. Deze herhaling wordt reduplicatie genoemd. Het Duits kent ook wortwörtlich, een versterking van wörtlich.