Hoe adresseer je een brief aan een gezin of stel? En wat is de aanhef?
 

Bij stellen waarvan de partners allebei hun eigen achternaam gebruiken, worden in de adressering op de envelop en bovenaan een brief beide personen genoemd, met hun eigen voorletters:

  • De heer A. de Zwart en mevrouw K. Verschuur
  • De heer T. Simons en de heer L.C. van der Broek
  • Mevrouw I. Grevels en mevrouw S. Mijnsen

Ook in de aanhef boven de brief worden beide personen genoemd:

  • Geachte heer De Zwart, geachte mevrouw Verschuur,
  • Geachte heer Simons, geachte heer Van der Broek, 
    (of: ‘Geachte heren Simons en Van der Broek,’)
  • Geachte mevrouw Grevels, geachte mevrouw Mijnsen,

Een getrouwd of geregistreerd stel kan ervoor kiezen een combinatie van de twee achternamen te gebruiken, of een van de twee kan de achternaam van de ander gebruiken. Deze voorkeur wordt gevolgd in de adressering. Voorletters blijven achterwege, omdat die maar bij een van beide personen horen.
In de aanhef wordt altijd maar één naam gebruikt, namelijk het eerste, linkerdeel ervan. Met diezelfde naam zou je iemand ook aanspreken:

  • De heer en mevrouw De Zwart-Verschuur
  • De heren Simons-van der Broek
  • Geachte heer en mevrouw De Zwart,
  • Geachte heren Simons,

Omdat een meervoud als mevrouwen of dames niet gebruikt wordt, worden vrouwen altijd apart genoemd.

  • Mevrouw I. Grevels-Mijnsen en mevrouw S. Grevels-Mijnsen
  • Geachte mevrouw Grevels, geachte mevrouw Grevels,

Bij informele brieven en kaarten, zoals verjaardags-, vakantie- en kerstpost, kunnen natuurlijk ook voornamen worden gebruikt. Als de brief of kaart ook gericht is aan inwonende kinderen, kan op de enveloppe ‘Familie De Zwart’ worden gebruikt als iedereen die naam voert.