Wat is juist: 'Deze vereniging kan buigen op een lange traditie' of 'Deze vereniging kan bogen op een lange traditie'?

Hier is het werkwoord bogen juist: ‘Deze vereniging kan bogen op een lange traditie.’ Andere voorbeelden:

  • De dissidente Kamerleden konden bogen op een groot aantal voorkeursstemmen.
  • Deze bedrijven kunnen bogen op een voortreffelijke reputatie.

Het gaat hier om de vaste combinatie kunnen bogen op, die ‘in het trotse bezit zijn van, beschikken over’ betekent. Bogen is hier niet de verleden tijd van buigen. Het werkwoord bogen heeft als verleden tijd boogde en als voltooid deelwoord geboogd (al komen die vormen in de praktijk vrijwel niet voor).

Bogen op (zonder kunnen) betekent van oorsprong ‘trots zijn op, zich beroemen op, pochen over’, en soms ook ‘vertrouwen op’ (zoals in de zin ‘Ik boog op God’). De oudst bekende betekenis van bogen is ‘twisten, strijden’; daaruit ontstonden later de betekenissen ‘schreeuwen’ en ‘ophef maken’. Over de verdere herkomst is niet veel bekend.