Het probleem met allochtoon

Allochtoon is gevormd op basis van de Griekse woorden allos (‘ander’) en chtoon (‘land’). Een allochtoon is dus letterlijk ‘iemand uit een ander land’. Maar het wordt eigenlijk vooral gebruikt voor mensen die uit een niet-westers land komen, of voor (niet-witte) mensen van wie de ouders een niet-westerse achtergrond hebben.

De term allochtonen is in de jaren zeventig bedacht, voor niet in Nederland geboren mensen die hier bijvoorbeeld waren komen werken. Grofweg vanaf de jaren negentig werd allochtonen ook steeds vaker voor hun kinderen en kleinkinderen gebruikt, ook al waren die niet uit een ander land afkomstig en zelfs niet in een ander land geboren.

De term allochtonen dekte de lading dus niet helemaal meer. Bovendien kreeg het een negatieve gevoelswaarde en werd het woord steeds meer als stigmatiserend ervaren. In de loop der jaren zijn er veel alternatieven voor allochtonen verschenen, met elk hun beperkingen.

Niet aan te raden: buitenlanders, vreemdelingen, medelanders

In de jaren zestig kwam de term gastarbeiders op voor mensen uit andere landen die in Nederland of België kwamen werken. Het woord drukte uit dat ze hier ‘te gast’ waren. De term wordt nu weinig meer gebruikt; in historische contexten kan hij nog bruikbaar zijn.

Je ziet ook weleens het begrip buitenlanders. Dat werd eerst in het algemeen gebruikt voor mensen die uit ‘het buitenland’ kwamen, en later ook voor hun kinderen en kleinkinderen. De term wordt vooral gebruikt om mensen aan te duiden die uit een niet-westers land komen en het legt de nadruk op hun anders-zijn. Het heeft een negatieve bijklank gekregen en is daarnaast nogal vaag. Je kunt dit woord daarom beter vermijden als je neutraal wilt schrijven.

Het woord vreemdelingen heeft dezelfde nadelen als buitenlander. In juridische contexten kan het wel gebruikt worden: in de Vreemdelingenwet is vastgelegd dat vreemdeling iemand is die niet de Nederlandse nationaliteit heeft.

Termen als medelanders en nieuwe Nederlanders zijn bedoeld als eufemisme, maar schieten hun doel voorbij. Ze maken impliciet een onderscheid tussen verschillende soorten Nederlanders, waarbij gesuggereerd lijkt te worden dat sommige Nederlanders méér Nederlander zijn dan andere.

Bruikbaar met beperkingen: migranten, bicultureel

Het begrip migranten wordt gebruikt voor iedereen die niet in Nederland geboren is, maar zich er, om welke reden dan ook, (onlangs) heeft gevestigd. Dat kunnen zowel vluchtelingen als expats als andersoortige migranten zijn. Mensen die in Nederland geboren zijn, zijn dus geen migranten. Ze kunnen wel ouders hebben die migranten zijn of waren. Gaat het om groepen mensen, dan kun je (als dat relevant is) een onderscheid maken tussen migranten uit verschillende landen of werelddelen.

In kranten en tijdschriften kom je weleens de termen etnische minderheden of etnisch-culturele minderheden tegen. Daarbij gaat het altijd om groepen mensen en niet om individuele personen. Het is een neutrale term, maar hij is weinig specifiek.

Het woord bicultureel verwijst naar de twee culturen waarin iemand is opgegroeid, bijvoorbeeld de Nederlandse en die van de (voor)ouders. Vergelijkbare termen zijn onder meer met een multi-etnische achtergrond, van gemengde (etnische) afkomst/origine of met dubbele roots. Deze woorden en omschrijvingen zijn vrij neutraal, maar komen in de praktijk (nog) niet zoveel voor.

Neutrale omschrijvingen: met een migratieachtergrond of specifiekere aanduiding

Een aanduiding is iemand/persoon/mens met een migratieachtergrond. Hier wordt in overheids- en beleidsteksten vaak de voorkeur aan gegeven. Een voordeel hiervan is dat zo’n omschrijving het mens-zijn centraal stelt in plaats van een kenmerk (de migratieachtergrond in dit geval). Een nadeel is dat het een weinig specifieke koepelterm blijft en dat het wat omslachtig overkomt.

Voor formuleringen als mensen met een niet-Nederlandse achtergrond en van niet-Nederlandse origine gelden grofweg dezelfde voor- en nadelen. Een extra nadeel is dat een term als niet-Nederlands nogal nadrukkelijk de focus legt op het ‘anders-zijn’ en dat het ‘Nederlands-zijn’ als norm lijkt te stellen. Dat contrast is niet altijd wenselijk.

Soms is het mogelijk een specifiekere aanduiding te gebruiken, bijvoorbeeld: mensen met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond. Dat is dan meestal een betere keus. Voor individuen kun je sowieso vaak beter een specifiekere omschrijving gebruiken. Bijvoorbeeld: een Surinamer, een Turkse, een Somalische collega, een Marokkaanse Nederlander, iemand met Tunesische ouders, een Eritrees-Nederlandse juriste of een vrouw met Congolese roots.

Let op stigma’s

Welke term je ook kiest: het hangt vooral van je tekst zelf af, en dus ook van je formulering en  toon, of die geen onbedoelde waardeoordelen bevat.

Bedenk vooraf of het wel relevant is om in een tekst te noemen wat iemands culturele of etnische achtergrond is. Het (onnodig) vermelden daarvan kan wij-zij-denken en stigmatisering als gevolg hebben.

In bepaalde contexten kan het juist wél belangrijk zijn om iemands culturele of etnische achtergrond te benoemen. Bijvoorbeeld in onderzoeksrapporten, in beleidsstukken of in een interview. Probeer in zulke gevallen rekening te houden met de aanduiding waarmee die persoon of personen naar zichzelf verwijzen, als je dat kunt achterhalen.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Geschiedenis van de woorden allochtoon en autochtoon

Van Dale vermeldde allochtoon voor het eerst in 1961, maar dan nog als bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘van elders aangevoerd, gevormd uit van elders aangevoerd materiaal’. Deze betekenis is afkomstig uit de geologie.

Pas in 1971 werd het begrip allochtoon (door de sociologe Hilda Verwey-Jonker) geïntroduceerd als een neutraal alternatief voor gastarbeider, buitenlander of immigrant. In de jaren negentig raakte de aanduiding allochtonen ingeburgerd. Tegelijkertijd begonnen de discussies over het gebruik van het woord. Sinds de jaren negentig wordt de benaming allochtonen hoe langer hoe meer als stigmatiserend ervaren. Zie voor details ons dossier over het woord allochtoon.

Ook autochtoon werd van oorsprong alleen in de geologie gebruikt, maar dit woord kwam al in de negentiende eeuw voor. In de loop van de tijd is de term autochtonen ook in gebruik geraakt als aanduiding voor de oorspronkelijke bewoners van een land of gebied.