Hoe breek je een woord af aan het einde van een regel?

Bij het afbreken van een woord spelen drie zaken een rol: de uitspraak van het woord, de opbouw ervan en de herkomst. Niet elke factor is even belangrijk.

Meestal leiden deze drie principes tot dezelfde opvatting over waar de lettergreepgrens ligt – en dat is vaak de plaats waar je een woord kunt afbreken.

Hieronder geven we de hoofdregels voor woordafbreking. Let op: het gaat om de plaatsen waar je een woord kúnt afbreken; het is niet per se zo dat je het woord daar ook móét afbreken. Soms kan het voor het woordbeeld of voor de regellengte prettiger zijn om al iets eerder af te breken of het woord misschien zelfs wel helemaal naar de nieuwe regel te verplaatsen. 

  • Afbreken kan tussen de delen van een samenstelling: bij-val, circus-act, fiets-pad, tand-arts.
  • Woorden op -achtig, -baar, -heid, -rijk, -dom en -loos (achtervoegsels waarmee afleidingen worden gevormd) gedragen zich als samenstellingen: aap-achtig, bereik-baar-heid, ei-wit-rijk, prins-dom, werke-loos.
  • Afbreken kan aan het einde van een lettergreep: cir-cus, be-las-ting, me-de-wer-ker, Ge-noot-schap On-ze Taal, er-ger-nis, klap-lo-per.
  • Medeklinkers gaan zo veel mogelijk naar de volgende regel, maar beide stukken van het afgebroken woord moeten uitspreekbaar blijven en uit normale lettergrepen bestaan. Dus: dui-kerlei-den, mor-genbe-schrij-ven, reu-ze-fla-ter. Ambten wordt amb-ten, want bten kun je niet zeggen; haasten wordt haas-ten en troosten wordt troos-ten, omdat haa en troo geen normale lettergrepen zijn.
  • Uit andere talen afkomstige lettercombinaties die als één lettergreep klinken, worden niet afgebroken. Voorbeelden: bite, cake, gra-tuit, house, ma-noeu-vre, race. Afbrekingen van uit het Frans afkomstige woorden als crè-me, pati-ent, stati-on en terti-air zijn wel mogelijk, maar worden toch vrijwel altijd vermeden: crème, pa-tiënt, sta-tion en ter-tiair.
  • Eén losse letter aan het begin of einde van een regel is niet toegestaan. Dus niet a-linea of aline-a, maar alleen ali-nea; oven wordt nooit o-ven en kan dus niet worden afgebroken. Deze regel geldt ook als zo’n woord deel is van een samenstelling. Bakoven kan dus alleen na bak worden afgebroken: bak-oven. IJverig wordt wel ij-ve-rig, omdat de ij als een tweeklank wordt beschouwd, niet als letter (maar de meeste mensen vinden die afbreking niet zo fraai).
  • Rondom de x wordt niet afgebroken: sexy, faxen, mixer. Op grond van deze en de vorige regel kan de naam Alexia niet worden afgebroken.
  • Ch, sh en sj als één klank blijven bij elkaar: ka-che-len, ca-shew-noot, pu-shen, an-sjo-vis, ram-sjen (maar: vis-haak, vis-je).
  • Bij ng en nk wordt afgebroken na de n: vin-ger, wan-gen , han-gen, an-ker, ver-len-gin-kje, win-ter-ko-nin-kje. Maar Frank-rijk wordt als een samengestelde naam beschouwd. Ook in ko-nink-rijk en ko-nink-lijk blijft de nk bijeen.
  • Een achtervoegsel dat met een klinker begint, krijgt een medeklinker mee (aar-dig, hoes-ten, krui-pen); bij een medeklinker + st zelfs twee (oog-sten). Dat geldt niet voor -achtig (koorts-achtig) en de meeste woorden op -aard (bei-aard, dronk-aard, snood-aard). Uitzonderingen zijn bas-taard, Span-jaard en stan-daard.
  • Bij afbrekingen verdwijnen apostrofs en trema’s, en bij de verkleinvorm ook een eventuele dubbele letter: baby’tje wordt baby-tje, ruïne wordt ru-ine, colaatje wordt cola-tje.
  • Bij het afbreken van een woord waar een koppelteken in staat, wordt maar één streepje gebruikt (dus niet
    sms-
    -bericht
    , maar
    sms-
    bericht
    ).