Print deze pagina

Beide / beiden

Wanneer schrijf je beide en wanneer beiden?

Beide wordt altijd zonder -n geschreven als het een geheel vormt met een zelfstandig naamwoord dat er vlak achter staat; het maakt niet uit of dat zelfstandig naamwoord personen of zaken aanduidt:

  • Ik zag beide kinderen naar school gaan.
  • De beide bedrijven gingen verhuizen.

Daarnaast is beide juist als het slaat op een woord dat eerder in de tekst genoemd is en dat geen personen aanduidt:

  • De bedrijven gingen beide verhuizen.

Beiden is juist als het naar personen verwijst en er geen zelfstandig naamwoord achter staat; het zelfstandig naamwoord kan wel eerder in de zin genoemd zijn:

  • De jongens gaan beiden naar school.
  • Beiden vroegen hoe het met me ging.
  • Ze vroegen beiden hoe het met me ging.
  • De nieuwe buurvrouw vroeg ons beiden op de koffie.
  • Ik heb jullie beiden gewaarschuwd.

Soms kan er voor een zelfstandig naamwoord wél beiden staan, bijvoorbeeld in bijstellingen waarin beiden vervangbaar is door alle twee én het om personen gaat:

  • Mijn vader en moeder, beiden huisarts, hebben niets te klagen.
  • Mijn vader en moeder, beiden huisartsen, hebben niets te klagen. (beiden huisartsen = 'die allebei huisarts zijn')
  • De twee bureaus in deze straat, beide reclamebureaus, moeten verhuizen.

Lastig zijn combinaties waarin zowel een persoon als een zaak wordt genoemd, zoals 'De auto en de bestuurder raakten beide(n) te water' en 'Anky en haar paard waren beide(n) zichtbaar nerveus.' Er is het meest te zeggen voor beide, maar de beste oplossing is om hier te kiezen voor allebei of alle twee. Soms kan beide(n) ook prima worden weggelaten. 

Let op: beide is een speciaal geval, net als alle. Woorden als sommige, andere, enkele en weinige gedragen zich anders; daarover is een ander advies op deze website te vinden.

Verwante adviezen

Trefwoorden

terug
voorjaarsbanner

banner ITV

taalkalender