Kun je zeggen dat een schip is aangemeerd, of is het afgemeerd?

Aanmeren en afmeren kunnen hier allebei; ze betekenen 'een schip vastleggen aan de wal, aan een kade, steiger, etc.'. Als er al een verschil is, is dat subtiel: veel 'leken' op vaargebied denken bij afmeren vooral aan het schip zelf, dat de reis onderbreekt en aan de kant wordt vastgemaakt, en bij aanmeren aan wat er vervolgens op de kade gebeurt en aan de passagiers die aan land gaan. Bijvoorbeeld:

  • Het schip mag na het afmeren geen gevaar opleveren voor andere vaartuigen.
  • Als het cruiseschip is aangemeerd, gaat zo'n tachtig procent van de passagiers aan wal.

Hedendaagse woordenboeken zien aanmeren en afmeren als synoniemen. Het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt dat aanmeren bestaat uit aan en het werkwoord meren. Aan benadrukt dat het schip wordt vastgemaakt, al zit die betekenis eigenlijk ook al in het werkwoord meren zelf. Dat betekent namelijk: "Een schip in eene haven voor en achter vastleggen aan palen of dukdalven (ook wel aan ringen of aan uitgebrachte ankers); ook wel (...): aanleggen." Af heeft in afmeren volgens het WNT de betekenis 'ten einde toe', net als in afwerken. Ook af is volgens het WNT dus een versterking van meren.

Het werkwoord meren wordt gebruikt in het Binnenvaartpolitiereglement; daarnaast komt het voor in samenstellingen, zoals meerboei, meerpaal en meermast.