Page 25 - OnzeTaal_sept2021
P. 25

REGISTER  GUUS MIDDAG

            Over opmerkelijk taalgebruik.



            Mengtaalpoëzie






            Z     o begint de Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda

                  S. Kamfer (1981) een gedicht:

               my suster het die habit om te skrie
               bitter bier bitter bier
               as sy regtig lus is vir suip

            Het werkwoord “suip” lijkt op ons zuipen, en lijkt mij
            hier helemaal goed gekozen. Net als “skrie”. Dat zou
            etymologisch weleens verwant kunnen zijn met ons
            werkwoord schreeuwen, maar door die harde k en die
            ie-klank klinkt er voor Nederlanders ook meteen iets
            van krijsen in mee – en ook schreien, het oude woord voor
            ‘huilen’. Bij “lus” wil ik graag denken dat het verwant is
            met lust. Die schreeuwende zus lust wel wat – alsof ze
            beide handen al voor zich uitgestrekt heeft om de glazen
            in ontvangst te nemen, in elke hand één. Een zuiplustige
            zus dus.
               Het klinkt goed, al weet ik nog niet helemaal zeker
            wat zij wil als zij schreeuwt om “bitter bier”. Moeten
            we hier aan speciaalbier denken: kruidig, dus bitter –                                          Foto: Nathan Traal
            een tripel of een IPA? Of spreekt zij hier half Engels,
            en bedoelt zij het bier dat in het Engels ‘bitter’ wordt
            genoemd, de pale ale? Uit de volgende regels blijkt dat   Ronelda S. Kamfer mengt in haar poëzie het Kaaps met
            het om bier van het merk Black Label gaat, volgens    straattaal.
            de kenners een stevige pilssoort met 5,5% alcohol, in
            Zuid-Afrika ook wel ‘hoofdpijnbier’ genoemd:     op de gewone taal. De Nederlandse poëzie is er zelfs
                                                             mee begonnen: “Hebban olla vogala”, een raar mengsel
               dan koop ons ses Black Labels en ons drink    van laat Latijn en vroeg Nederlands. En het zit ook nog
               soos mense wie se big break wag               steeds in de nieuwste poëzie: het mengsel van straat-
               in die laaste glas                            taal, Marokkaans, Surinaams, Nederlands en Engels van
                                                             de rap en de hiphop van nu.
            Ook dit klinkt allemaal goed en vanzelfsprekend. Zo gaat
            het vaak bij echte drinkers: drinken is hopen dat zich bij   STOMME DINGEN
            het laatste glas de “big break” aandient, het grote nieu-  Hoe zou het intussen verdergaan met onze drinkende
            we inzicht.                                      zusjes? Na zes flessen Black Label dient zich niet de ge-
                                                             hoopte grote doorbraak aan. In plaats daarvan krijgen
            VERFRISSEND                                      ze in hun Afrikaans-Engelse mengtaal “die courage /
            Ronelda Kamfer schrijft in het Kaaps, ook wel Afrikaaps   om hard te lag en stupid goed te sê”. Dat is de moed om
            genoemd: het Afrikaans dat in en om Kaapstad wordt   stomme dingen tegen elkaar te zeggen, zo lezen we in de
            gesproken, doorspekt met erg veel Engelse woorden.    vertaling van Alfred Schaffer. Het gaat dan om dronke-
            Zij mengt het met straattaal. Die mengtaal maakt haar   manswijsheden als “die Here hoor my” (“God is mijn
            gedicht nog eens extra aantrekkelijk. Het geeft de rare,   getuige”) en “moenie / trou met die glas nie” (“je bent
            niet onprettige sensatie dat je een vreemde taal maar   niet / met het glas getrouwd”).
            half verstaat: je begrijpt wel wat, maar nog niet alles,       Zo lijkt er aan het slot een mooie verbroedering, of
            en je moet soms wat gokken.                      verzustering, te zijn ontstaan, door de drank. Maar Kam-
               Mengtalen hebben iets nieuws en verfrissends. En ze   fer weet wel beter. In de laatste regels draait ze er niet
            zijn vaak leuk. Neem bijvoorbeeld zanger Theo Diepen-  omheen. Eerst in een Kaapse zin waar bijna geen woord
            brock, die zich in zijn hit ‘Oh darling’ voordeed als een   Afrikaans in voorkomt: “ons disguise ons resentment
            emigrant die zijn in Nederland achtergebleven liefje toe-  vir mekaar / in compliments”, “we bedekken onze weer-
            zong in een kreupel mengsel van Nederlands en Engels:   zin voor elkaar / in complimenten”. Zo gaat dat in dron-  ONZE TAAL  2021   — 9
            “When we are together / I kiss you te pletter / How long   kenschap: het is maar schijn, buitenkant, onoprecht.
            heb ik jou niet meer gezien? / Ik word hier nog knetter /   En: “[Ons] pretend / ons kan nie sonder mekaar klaar-
            Oh please make it better / I wait here al haast een jaar of   kom nie”. Ook hier is de vertaling van Alfred Schaffer
            tien.” Het is een verschrikkelijk lied, maar als het voor-  nuttig: “[We] doen alsof / we niet zonder elkaar kun-
            bijkomt zing ik het toch elke keer weer mee, met een big   nen”. Dat is wat er staat – en dus niet wat een haastige
            smile nog wel.                                   Nederlandse lezer van deze mengtaalzin misschien zou
               Poëzie is in wezen altijd mengtalig: een eigen variant   denken.                                                                                          25
   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30