Page 22 - OnzeTaal_sept2021
P. 22

‘Watte?’ – ‘Watten koop je in de winkel.’ Iedereen kent wel
                        dit soort dooddoeners, die vermeende taalfouten aan de
                        kaak stellen. Uit een pas ontdekte correspondentie blijkt

                        nu: ze zijn ouder dan we dachten.

                        NICOLINE VAN DER SIJS



            Hunnen zijn een volk en


            hennen leggen eieren





            Dooddoeners bij taalfouten




                  inds wanneer bestaan dooddoeners als ‘Hun is   GANZENHEMEL
                  geen onderwerp. Behalve Atilla’ of ‘Pas op voor   Dominee Van der Linden beschouwt de voornaamwoor-
                  de Hunnen, want hun hebben het gedaan’ om   den hen en hun als “Onduids” en “Wanduids”: het moet
            Smensen terecht te wijzen die het woord hun als   haar zijn! Honderden keren corrigeert hij Rabus’ taal-
            onderwerp van een zin gebruiken in plaats van zij? Ik   gebruik: hun taal, hunne vergadering en ik verzogt hen
            heb altijd voetstoots aangenomen dat ze stammen uit de   moeten natuurlijk zijn: haar taal, haar vergadering en ik
            negentiende eeuw, de eeuw waarin auteurs als Nicolaas   verzogt haar. Rabus spot dat de dominee alleen “hennen,
            Beets en Gerrit van de Linde alias de Schoolmeester een   die eyeren leggen” kent of “een oud volk Hunnen”. De
            ‘humorcultus’ koesterden. Dat blijkt ook uit het spreek-  dooddoener dat hun alleen een volkerennaam is, is dus al
            woordenboek van F.A. Stoett uit 1923-1925: naar aan-  drie eeuwen oud! Tegenwoordig zeggen we dat alleen als
            leiding van ‘Asch is verbrande turf’ (waarmee men    hun de onderwerpsvorm is, maar dat kwam nog niet voor
            iemand de mond snoert die alsmaar veronderstellingen   in de zeventiende eeuw.
            uit die beginnen met as: ‘als’) geeft Stoett een hele       Van der Linden laat het er niet bij zitten. Hij merkt op
            reeks voorbeelden die allemaal uit de negentiende eeuw    dat als Rabus alle hennen uit zijn werk licht “en op de
            dateren. Alleen de as-dooddoener heeft een aanwijsbare   Markt bragt, hy sou’er goed Geld van maken”. En wat
            achttiende-eeuwse voorganger; spreekwoordenkenner   zou er gebeuren als hij “Al de Hunnen daar uit Nam, en
            Carolus Tuinman vermeldt in 1727 namelijk ‘As is ver-  na de Keiser Sond”? Die zou dan “med so veel Duisend
            brand hout.’

            “AVEREGTSE KROMKOUTER”                              De ganzen, hennen en
            Tot nu toe beschouwde ik ‘As is verbrande turf’ als oud-
            ste voorbeeld van het genre, maar onlangs kwam ik een   hunnen vormen een running
            groot aantal van zulke dooddoeners tegen in een felle
            pennenstrijd die de Rotterdamse tijdschriftredacteur   gag in de werken van de
            Pieter Rabus en de Leidschendamse dominee Cornelis
            van der Linden tussen 1696 en 1698 met elkaar voerden.   twee ruzieschoppers.
            Aanleiding vormde het eigenzinnige taalgebruik van de
            dominee, die menz, eiz, med (‘met’) en geschrivt spelde,
            en zich bediende van een overdaad aan hoofdletters.
            Ook opmerkelijk was de werkwoordspelling van de    Hunnen geheel Turkije gemaklijk Aflopen en Vernielen”.
            dominee, die het principe van de gelijkvormigheid op   Ook wijst hij op het risico “de Hunnen onder de Hennen
            geheel eigen wijze interpreteerde: hij spelde hy beloovd,   te Mengen”, “want de Hunnen sijn van ’t Manlijk, en de
            hy word, hy heevt, en de verleden tijd had bij hem altijd   Hennen van ’t Vroulijk Geslagt. Wie Weet? wat Quaad
            de uitgang -de: agtde (‘achtte’) en setde (‘zette’), naar   daar uit sou Voordkruipen.”
            analogie van schaamde.                             Linden woorden laat eindigen op stemhebbende mede-
                                                               Voor Rabus is het een doorn in het oog dat Van der
               De twee heethoofden maakten elkaar onder andere

      ONZE TAAL  2021   — 9  “Alwaanwijse Spraak-kenner”, “Grote Spraakhervor-  pijlen op de spelling ganz voor gansch, en verlustigt zich
                                                             klinkers, bijvoorbeeld menz, eiz, med. Rabus richt zijn
            uit voor “Taal- en Spelling-knuffelaar”, “Taalbaas”,
            mer”, “Nieubakken Spellingvinder”, “Averegtse Krom-
                                                             in flauwe woordspelingen waarin hij gansch (‘geheel’)
                                                             verwisselt met gans (‘vogel’). Zo spreekt hij spottend
            kouter, die so Aaplijk voor Taalhervormer wil Spelen”,
                                                             over een “ganze vergadering”, een “ganze dag”, een
            en “Schrijver van de droevige figuur” – waarmee het
                                                             “ganze geslagt” en een “ganze hemel”, culminerend in
            niveau van de discussie wel duidelijk is. Behalve met
            zulke invectieven slaan de twee opponenten elkaar in
                                                             der Linden “Kees Hennekenner” heet:
            hun bloemrijk verwoorde polemiek ook met allerlei
            dooddoeners om de oren. Daarmee geven ze en passant   de volgende dichtregels, waarin dominee Cornelis van
            verrassende inkijkjes in de taalopvattingen van eind   Kees Hennekenner houd ook Gansjes in waardy:
   22       zeventiende eeuw.                                  Hy zet die dieren zelf een Ganzenhemel by.
   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27