Page 17 - OnzeTaal_sept2021
P. 17

minutieuze beschrijving van het traject naar huis, de    politie ziet krijgen. Ik houd veel van het genre, maar ‘De
            paden, wegen en kruisingen, de rails en bomen die het   aktentas’ confronteerde me ook nog met die grote angst,
            zicht verhinderen. Heel sec, heel gedetailleerd en geen   namelijk het moeten achterlaten van je dierbaren. God-
            moment vervelend. Als het noodlot toeslaat, heb je dat   dank heb ik maar één zoon en één kleinkind, dacht ik
            als lezer in eerste instantie helemaal niet door. Je ziet   toen ik het verhaal herlas. Ik verzet me tegen dingen die
            hem lopen, die kronkeling maken, een hekje doorgaan   ophouden, ik wil geen afstand nemen van wat me dier-
            en onthecht naar de gebeurtenissen op straat kijken. Pas   baar is. Ik zei net voor dit gesprek tegen Roel: ‘Nu ik vijf-
            achteraf realiseer je je dat hij al die dingen onmogelijk   enzeventig ben en ik mijn moeder en háár moeder en
            tegelijk heeft kunnen zien. En als die aktentas ineens   zussen heb overleefd, moet ik het zo ook maar over de
            gewichtsloos is, realiseer je je dat hij dood moet zijn.”   dood hebben.’”
            BONDIG                                           ASSOCIATIES
            Wat grijpt je zo aan in deze tekst?              Is schrijven een vuist tegen de dood?
            “Als een boek slecht geschreven is, haak ik graag af.    “Bij Olifanten op een web (1997) heb ik dat zeker zo erva-
            Oftewel: inhoud, vorm en woordkeus (taal) maken het   ren. Ik voer de Dood daarin op als personage die tijdens
            geheel. Bij ‘De aktentas’ was er de herkenning, maar   de rouwplechtigheid becommentarieert wat er gezegd
            ook de ontdekking hoezeer dit verhaal hetzelfde terrein   wordt, en besluit het boek met de sneer dat hij zelf niks
            bespeelt als dat van Poe. Dat het me zo aangrijpt, komt   kan: hij kan bijvoorbeeld niet dansen of zingen, geen
            door de bondige, je het verhaal in zuigende wijze waarop   speculaas bakken. Het enige wat hij kan, is dierbaren
            het is verteld. Het Nederlands kent zó veel prachtige   wegmaaien.”
            woorden. In het fragment alleen al zijn dat commando,      “Toen ik het bericht over de dood van mijn moeder
            morgenochtend, ruw (slechts drie letters die gelijk op je   ontving, zwoer ik over haar te schrijven. Maar wat wist
            zintuigen inwerken). Het mooie en ook al wat lugubere   ik nog van die tijd? Toen ik eenmaal begon, kwam alles
            zit onder andere in de zin ‘Door de straat waar hij stond   terug, heel associatief, alles raakte aan alles. Het was
            gleed inmiddels ook een tram aan.’ Een tram die aan-  alsof het geheugen telkens een kleine klauw uitsloeg die
            glijdt … Dat is beeldende taal.”                 het volgende beeld naar zich toe trok. Als ik niet was
               “Het kan niet anders of Bordewijk moet een vorm van   gaan schrijven, was dat nooit gebeurd.”
            doodsangst gevoeld hebben tijdens het schrijven. Het      “Dat ik het einde van het boek had gehaald en mijn
            wordt Poe-achtig macaber wanneer de hoofdpersoon bij   moeder de eer had gegeven die haar toekwam, voelde als
            thuiskomst beseft dat hij de huisdeur niet hoeft te ope-  een triomf. Ze had zoveel talent, voerde altijd toneel-
            nen om binnen te komen en zijn vrouw en kinderen   stukjes op en zong zelfbedachte liedjes tijdens het strij-
            dwars door de muur het telefoontje van de verkeers-  ken, maar heeft nooit de kans gekregen dat verder te
                                                             ontwikkelen doordat ze op haar twaalfde in de huishou-
                                                             ding moest gaan werken. Ze sprak ook als enige van haar
                                                             gezin ABN, omdat ze bij een gegoede familie in dienst
        Keuzetekst: Bordewijks ‘De aktentas’                 kwam. Mijn moeders familie sprak plat Haags, iets waar
                                                             ik me voor schaamde als ik vriendinnen mee naar huis
        F. Bordewijk schreef het verhaal ‘De aktentas’, de keuzetekst   nam. Ik weet zeker dat ze dat kamertje bij mevrouw Bor-
        van Mensje van Keulen, in 1958. Een fragment eruit:  dewijk huurde om mij wél die kans te geven. Het tegen-
                                                             overgestelde van jaloezie, die moeders óók jegens hun
            ij zag hoe er koortsachtig werd gevraagd, hoe de latere   dochters kunnen voelen.”
        Hkijkers op de tenen gingen staan, hoe alles meer en meer
        samenpakte; hij merkte het voordeel op van de grote gestal-
        ten, hij zag autobussen die langzaam gingen rijden en waarin
        de hoofdenrijen langs de ruiten zich plotseling naar hetzelfde
        punt wendden en de halzen draaiden tot de grens van hun   “Het kan niet anders of
        mogelijkheid. Door de straat waar hij stond gleed inmiddels
        ook een tram aan, en toen deze zijn s-lijn over de laan    Bordewijk moet een vorm
        met het ongeluk volgde zag hij alle passagiers van de zetels
        dezerzijds als op commando oprijzen, en zich storten naar    van doodsangst gevoeld
        de ramen aan de andere kant alsof het voertuig een volle
        plezierboot was in ruw weer.                           hebben tijdens het schrijven.”
           Helemaal niet denkend aan de ongelukkige die daar onge-
        twijfeld onder de baanschuiver moest liggen, keek meneer
        Kars toe met een lichte geamuseerdheid, langzaam opgeko-
        men en volstrekt niet bij zijn karakter passend. Toen gierde
        ergens de alarmsirene van de politie. Meneer Kars ving nog   Hoe kijk je terug op een halve eeuw schrijven?
        een glimp op van het tentwagentje, maar door de mensen-  Glimlachend: “Ik zat deze zomer met Gerard Stigter [de
        menigte werd het verdere aan zijn oog onttrokken en hij ver-  schrijver K. Schippers, die in augustus overleed – MB] in
        volgde rustig zijn weg naar huis. Straks zou hij iets aan zijn   de taxi na een optreden in De Taalstaat, en toen bleek dat
        vrouw te vertellen hebben, vanavond iets meer door de radio   ons allebei soms de gedachte bekroop dat het allemaal
        vernemen en morgenochtend het verslag lezen in het dag-  maar onzin is wat we deden.”                     ONZE TAAL  2021   — 9
        blad. Overigens, het waren thans nauwelijks verslagen, want   Twee gelauwerde auteurs en hun onzekerheid.
        naarmate de ongevallen in aantal groeiden, nam hun stuks-  “Ja …! Maar het is goed, denk ik weleens, dat je niet al te
        gewijze vermelding in omvang af. De moppenkolom van het   overtuigd bent van jezelf. Soms kan ik echt met verba-
        vroegere weekblad was vervangen door de ongevallenkolom   zing terugkijken op mijn werk: heb ik dat écht allemaal
        van het huidige dagblad, en het drukbeeld was hetzelfde    gemaakt? Hoe is het mógelijk! Omdat ik me, naast het
        gebleven.                                            plezier, ook nog zo enorm goed het geploeter herinner,
                                                             de doorwaakte nachten.”                                                       17
   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22