Page 15 - OnzeTaal_sept2021
P. 15

Verder kan ik echt op woorden vallen; bijvoorbeeld het
                                                             oer-Hollandse glasbak of woorden voor etenswaren als
                                                             mariakaakje, speculaas en tuttifrutti; verder melancholie,
                                                             lucifer, vergetelheid … Ook vallen mij altijd opmerkelijke
                                                             woorden en namen op, zoals de in opspraak geraakte
                                                             minister Opstelten, of een moordenaar die Klinkhamer
                                                             heet. Of mijn vroegere overbuurjongetje dat Kippen-
                                                             broek heette, wat ik zo zielig voor hem vond. Ik had zelf
                                                             óók een hekel aan mijn naam, omdat ik mensje vaak
                                                             alleen tegenkwam met oud ervoor, en me dan aan-
                                                             gesproken voelde. Door vrienden en familie word ik
                                                             Mennie genoemd, wat ook als roepnaam op mijn ge-
                                                             boortekaartje stond.”
                                                             SPOTPRENTEN
                                                             Aanvankelijk koos je niet voor de taal maar voor de
                                                             beeldende kant.
                                                             “Omdat ik op de middelbare school weleens een teken-
                                                             wedstrijd won, wilde mijn tekenleraar dat ik naar de





                                                                “Schrijven is tijdrovender
                                                                  dan tekenen. Wat het soms

                                                                  slopend maakt, is dat je

                                                                  vooraf nooit weet of een

                                                                  verhaal de eindstreep haalt.”






                                                             kunstacademie ging. Maar mijn leraar Nederlands, die
                                                             tevens schooldirecteur was, prees mijn opstellen. Toen
                                                             ik me na het spijbelen bij hem moest melden, kreeg ik in
            ook nog.’ Maar we vragen ons geregeld af of we Bosie   plaats van een standje de aansporing me de kunst van
            niet wat keuriger moeten laten praten om het goede   het kijken eigen te maken. Een opmerkelijk gesprek, dat
            voorbeeld te geven.”                             ik later in een kort verhaal verwerkte, waarin ik hem laat
                                                             zeggen: ‘Kijk naar mijn pijp.’”
            MARSEPEIN                                        Hij vond dat je je oog voor detail moest inzetten bij het
            Hoe verliep je eigen taalontwikkeling?           schríȷ´ven!
            “In de eerste klas van de lagere school hadden we net   Van Keulen knikt. “Toch ging ik naar de academie, al
            wat eenvoudige woordjes leren schrijven toen de juf-  bleef ik verhalen en gedichten schrijven op het door-
            frouw iets op het bord zette met de vraag: ‘Wie van jullie   slagpapier dat mijn vader meenam van kantoor. In 1969
            weet wat hier staat?’ Ik keek naar het woord en de bete-  publiceerde ik mijn eerste verhalen in Hollands Maand-
            kenis spróng er gewoon vanaf. ‘Marsepein!’, zei ik.” Het   blad, maar pas toen ik in de redactie kwam van het stu-
            bleek goed. “Het besef dat ik in zoveel letters een woord   dentenblad Propria Cures, kwam het schrijven weer echt
            herkende, bezorgde me een overweldigend gevoel van   in zicht. In het begin tekende ik vooral omslagen en lite-
            ruimte. Alle teksten werden ineens bereikbaar; ik kon   raire en politieke spotprenten voor ze.”
            bij wijze van spreken zó de krant oppakken en lezen.       Van Keulen staat op en toont portretten van Hans
            Die vaardigheid hielp me later bij dictees, al vind ik het   van Mierlo, Joop den Uyl en W.F. Hermans, en een strip
            na die spellingveranderingen lastiger geworden. Het is   die ze beschouwt als de oerbron van de roman Bleekers
            ook vaak lelijk; die tussen-n in pannenkoek, zo-even met   zomer, haar stormachtige debuut uit 1972. “Nadat de
            een streepje in plaats van een trema; of appel, zoals in   redactie had gepolst of ik niet ook wilde schríȷ´ven,
            een appel doen, en dan dus zonder accent. Dat is absurd!   kwamen daar de korte verhalen bij. Toen die de aandacht
            Er zijn talen die barsten van de accenten en bij ons moe-  trokken van uitgeverij De Arbeiderspers, was ik inmid-
            ten die paar die we nog hebben er ook nog af.”   dels al begonnen aan Bleekers zomer.”                ONZE TAAL  2021   — 9
            In Olifanten op een web, een ode aan je moeder, schrijf   En de rest is geschiedenis … Wat is het verschil tussen
            je dat je tijdens het leegruimen van je moeders huis   tekenen en schrijven?
            een strip met het slaapmiddel temazepam vindt en je   “Schrijven is tijdrovender dan tekenen. Wat het soms
            daar dan direct de woorden ma en pa en t(h)ema in   slopend maakt, is dat je vooraf nooit weet of een verhaal
            herkent.                                         de eindstreep haalt, een onzekerheid waar ik al vijftig
            “Zolang ik me herinner, doe ik woordspelletjes met    jaar mee worstel. Bij elk boek gaat het hetzelfde: dan
            mezelf: hoeveel woorden kun je alleen al uit poes halen?   probeer ik wat uit en denk ik: zó moet het, maar na een     15
   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20