Page 16 - OnzeTaal_sept2021
P. 16

paar bladzijden begin ik weer te twijfelen. Een afbeel-
            ding ontstaat intuïtiever en is na het tekenen af. Maar
            met schrijven kun je dieper gaan.”

            POE
            Je schildersoog is zichtbaar in observaties als: “de
            kleine branding in het glas van de wasmachine” of
            “een landschap dat als een frisse salade voorbij-
            schuift”.
            “Die zinnen komen uit mijn dagboeken en zijn vrij ge-
            dachteloos opgeschreven, meer als registraties. Bij fictie
            komt ook een fantasie-element kijken. Als kind kon ik
            me moeiteloos gezichten voorstellen van mensen die
            niet bestonden, en daar weefde ik dan allerlei liefst wat
            macabere verhalen omheen – verhalen die ik ’s avonds
            aan mijn zusje en broertje in bed vertelde en die soms zó
            eng werden dat we huilend naar de woonkamer holden.”
            Waar komt die hang naar het macabere vandaan?
            “Geen idee. Ik weet alleen dat ik me in die tijd tot in de-
            tail kon voorstellen wat er allemaal mis kon gaan met
            ons gezin en de mensheid. Ik was veel aan het bidden en
            kroop op blote knieën over de harde loper in de gang in





      “Als kind kon ik me moeiteloos

       gezichten voorstellen van
       mensen die niet bestonden,

       en daar weefde ik dan

       macabere verhalen omheen.”





            een poging het onheil af te wenden. Misschien dat de
            griezelverhalen van Edgar Allan Poe daarom zo’n indruk
            op me maakten. Ze beangstigden me hevig, maar ik wil-  van dat soort toevalligheden. Net zoals ik het aardig
            de ze daarom juist graag lezen.”                 vind dat ik op dezelfde dag als Louis Couperus jarig ben.
               Ze pauzeert even. “Ik ben getroffen door corona,    Wie weet heeft die gezaghebbende naam Bordewijk me
            en toen moest ik vaak denken aan Poe’s verhaal ‘The    indirect beïnvloed, daar in dat kamertje. Misschien is
            Masque of the Red Death’, waarin rijke mensen zich tij-  hij er zelfs op bezoek geweest. Ik vind dat een leuke
            dens een epidemie terugtrekken in een kasteel, denkend   gedachte.”
            de dood daarmee te slim af te zijn, maar hem dan zonder      “Hetzelfde had ik toen Paul Scheffer, wiens groot-
            het te weten zélf binnenhalen. Het was een bizarre tijd,   vader de eerste bewoner van dit huis was, me vertelde
            vorig jaar. Mijn partner Roel en ik liepen de corona op   dat Thomas Mann tijdens een bezoek aan Amsterdam
            tijdens de eerste golf, wellicht door een lezing in het   eens logeerde in wat nu mijn werkkamer is. Als iemand
            Brabantse Udenhout. De boekhandelaar gaf me per    mij vraagt een paar grote auteurs te noemen, dan zitten
            ongeluk een hand. ‘O jee!’, riepen we nog lachend.    Mann, Bordewijk en Couperus daar wel bij. En natuurlijk
            Er kwamen ook mensen dichtbij om een boek te laten   de door mij bewonderde Emily Brontë; er zal honderd
            signeren. Zes dagen later werd ik ziek. Roel volgde    jaar zitten tussen haar Woeste hoogten en Bordewijks
            een paar uur later en heeft acht dagen aan de zuurstof   verhaal ‘De aktentas’, maar voor mij zijn ze verbonden
            ge legen. Toen Roel hier ziek op de bank lag, reed ik in    door hun magische elementen en licht macabere toon.”
                                                             ‘De aktentas’ is je keuzetekst.
            zeven minuten van de Ceintuurbaan naar een adres in
      ONZE TAAL  2021   — 9  Ik keek nachtenlang naar de BBC voor het laatste   den tegen in een verhalenbloemlezing van Joost Zwager-
                                                             “Ja. Ik kwam het verhaal (uit 1958) pas zestien jaar gele-
            Amsterdam-Noord, zó uitgestorven waren de wegen.
                                                             man. Het veroorzaakte een schok. Nooit eerder zag ik
            nieuws. We waren dolblij toen we gevaccineerd waren.”
                                                             zo’n beschrijving van de dood, geschreven vanuit het
            SCHOK
                                                             perspectief van het slachtoffer zélf. De toon heeft in het
                                                             begin [zie het fragment op de bladzijde hiernaast – red.]
            Toen je een jaar of zeventien was, huurde je moeder
            een kamer voor je schilderspullen bij een Haagse me-
            vrouw Bordewijk. Was zij familie van de schrijver?
                                                             levert op de krant met die zogenoemde ‘ongevallen-
                                                             kolom’. Je komt te weten dat hij een ambtenaar is die
            “Er werd in de straat verteld dat ze een nicht was. Als je   nog iets humoristisch, wanneer de hoofdpersoon kritiek
            in lotsbestemming gelooft, krijgt zoiets betekenis en als   in de avonduren doorwerkt en hoe in de aktentas de
    16      je dat niet doet, is het toeval, maar als schrijver geniet je   daarvoor benodigde documenten zitten. Dan is er een
   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21