Page 14 - OnzeTaal_sept2019_HR
P. 14
Foto: Pief Weyman Vrouw: Die man is gestoord, die hoort in het gekken-
huis.
Man: Nou, jij bent rijp voor het Pieter Baan Centrum,
hoor!
X en Y kunnen wat betreft inhoud ook van elkaar ver-
schillen, zoals in het volgende fragment.
Vrouw 1: En waarom doe ik dat dan? [schelden – RA]
Doe jij wat aan het geblaf van de honden?
Vrouw 2: Jij draait de muziek dag en nacht keihard.
Zo’n kort dialoogje laat ook zien waarom deze ruzies
vaak uit de hand lopen. Vrouw 2 gaat niet in op het
verwijt van vrouw 1, maar komt met een nieuw tegen-
verwijt, waardoor de verwijten zich opstapelen en een
Mr. John Reid bemiddelt als de Rijdende Rechter. mogelijke oplossing steeds verder uit het zicht raakt.
In het jij-bak-patroon treedt er vaak herhaling op, als-
of iets vaker zeggen ook betekent dat het eerder waar is:
neemt met “Ik sta te kijken want toen regende het …”
Heel soms wordt iets niet ontkend, maar bevestigd, Vrouw 1: Ja, jij leeft echt in een fantasie.
en zelfs dan is dat vooral tegen de ander gericht: Vrouw 2: Jij, misschien jij, ja.
Vrouw 1: Deze vrouw leeft echt in een fantasie.
Vrouw 1: En de gunfactor van jou is nul. Vrouw 2: Ze liegt, jongen.
Vrouw 2: Juist, ik gun je niks.
Mensen die een conflict hebben dat door de Rijdende
Soms geven mensen iets halfslachtig toe en proberen ze Rechter moet worden beslecht, zijn niet alleen nauwe-
toch weer een beetje of misschien wel helemaal gelijk te lijks geneigd samen te werken, ze lijken zelfs ook niet in
krijgen door een ander argument te geven. Zoals in de
discussie hieronder, waarin het gaat om twee vrouwen
die eerder goed bevriend waren, waarbij de ene vrouw af Soms zeggen ze dat ook
en toe voor de gezamenlijke maaltijd zorgde. Ze hebben
echter vanwege een klusjesman ruzie gekregen. letterlijk: “Met jou valt
niet te praten.”
Vrouw 1: Ik had pannenkoeken gebakken en dat lust
ze niet, ze lust geen kouwe pannenkoeken.
Vrouw 2: Dat wist je.
Vrouw 1: Nee, dat wist ik niet. staat echt met elkaar te praten. Soms zeggen ze dat ook
(Presentator: Dat stond niet op het lijstje van dingen letterlijk: “Met jou valt niet te praten.” De volgende
die ze niet lust.) dialoog loopt ook bepaald niet over van wederzijds
Vrouw 2: Nee, ik heb het toen wel een paar keer tegen begrip.
d’r gezegd, ik hou niet van kouwe pannenkoeken,
daar hou ik niet van. Vrouw: Jij loopt alles te fantaseren.
Man: Jij, moet jij dat zeggen?
Eerst is er sprake van een welles-nietespatroon, maar in Vrouw: Ik heb gezegd ...
haar laatste bijdrage kan vrouw 2 de bewering van vrouw Man (onderbreekt): Je bent een viespeuk, klaar.
1 niet direct ontkennen. Ze geeft ook niet toe: de andere
vrouw had het volgens haar moeten weten, van die kou- MIDDELVINGER
de pannenkoeken. Ruziemakers luisteren niet naar andere argumenten,
houden krampachtig vast aan hun eigen visie, verwijten
JIJ-BAK de andere partij onwaarheid te spreken en hebben ten
Een zeer veel voorkomende variant van het welles-nie- slotte zó’n verschillende kijk op ‘de werkelijkheid’ dat
tespatroon is die waarin de een de ander een leugenaar ze elkaar nooit in een compromis zullen kunnen vinden,
noemt, waarna die ander het verwijt omkeert. Kortom, maar elkaar af en toe bijna naar het leven lijken te staan:
men beschuldigt elkaar van leugens, zoals in het onder-
staande fragment: Man 1: Het regende niet.
Man 2: Maakt niet uit. Het was nat.
Vrouw: Jij uitzicht belemmeren mij! En zit niet te Man 1: (Non-verbaal – steekt zijn middelvinger op)
ONZE TAAL 2019 — 9 Het bovenstaande dialoogje is tegelijk een voorbeeld van Slechts de juridische wijsheid van de Rijdende Rechter
Man 2: Kijk, daar gaat de middelvinger weer.
liegen want ik kom zo bij je hoor!
Man: Jíȷ´ liegt.
Man 1: Die ken je van mij krijgen. Je ken wel meer
krijgen!
Vrouw: Zit niet te liegen.
Man: Jíȷ´ liegt.
kan hier uitkomst bieden, maar of de buren verder in
het ‘jij-bak-patroon’. Dat komt op het volgende neer: A
zegt tegen B: ‘Jij doet altijd X’, waarna B terugslaat met:
deze tv-programma’s ons de mogelijkheid om alles
wat we misschien al wel wisten (of dachten te weten)
‘Ja, maar jij doet altijd Y.’ X en Y kunnen min of meer vrede zullen leven, blijft de vraag. In elk geval bieden
hetzelfde zijn, zoals in het lieg-voorbeeld of in het over ruziestrategieën, ook eens werkelijk te onder-
14 onderstaande dialoogje: zoeken.

