Page 13 - OnzeTaal_sept2019_HR
P. 13

wee buren, een man en een vrouw, hebben    Man: Wieland was beneden en toen heb ze me voor
                    een conflict met elkaar over een schutting in   alles en nog wat uitgemaakt.
                    de tuin. Ze voeren een gesprek over hun pro-  Vrouw: Ik heb alleen gezegd ... mijn bloed kookte ...
            T bleem:                                           en toen heb ik ‘kale hond’ gezegd.
                                                               Man: Het was ‘vieze, kale rothond’.
               Vrouw: Ik was er niet bij toen-ie hem aan het
               maken was.                                    WELLES-NIETES
               Man: Ja, wel hoor.                            Ruziemakers schenden dus het coöperatieprincipe,
               Vrouw (nadrukkelijk): Ik was er níét bij toen-ie    maar wat blijken verder zoal de kenmerken van ruzies
               hem aan het maken was.                        te zijn? Zijn er bepaalde patronen te ontdekken? Een in
               Man: Hoe moet ik dan de tuin uit komen?       het oog springend kenmerk is dat er in ruzies niet al-
               Vrouw: Sta niet zo te liegen, man, anders krijg je   leen niet wordt samengewerkt, maar dat er ook geen
               een klap voor je hersens van mij.             oplossing wordt nagestreefd. De kemphanen lijken eer-
               Man: Hoe moet ik die tuin uit komen dan?      der uit te zijn op het laten escaleren van het conflict,
               Vrouw: Ach, ga weg, gooi die deur alsjeblieft dicht.  zoals in het onderstaande fragment, over een doek die
               Man: Nee, hoe moet ik dan die tuin uit komen?  aan een schutting hangt:
               Vrouw: Leugenaar. Echt! Ik geef je dadelijk een
               teringklap boven op je muil.                    Vrouw 1: Dan gaat het mij om die doek hier, dat vind
                                                               ik niet zo’n fraai gezicht.
            Deze dialoog is afkomstig uit het tv-programma     Vrouw 2: Maar die hangt in míȷ´n tuin aan míjn schut-
            Mr. Frank Visser doet uitspraak, waarin, net als in het   ting, dus of je hem nou mooi vindt of niet, hij is van
            vergelijkbare, al langer bestaande De Rijdende Rechter,   mij, dus je blijft ervan af.
            burgers een klacht tegen een andere burger voorleg-  Vrouw 1: Ik kom er ook niet aan.
            gen aan een officieuze, maar wel juridisch geschoolde
            rechter. In vrijwel alle gevallen gaat het om een
            conflict waar de klagers (vaak buren) al jarenlang in   De meeste ruzies zijn een
            verwikkeld zijn. De meeste ruzies betreffen geluids-
            overlast, erfgrenzen, recht van overpad, kadasterlijnen,   reeks van ontkenningen,
            en schuttingen en andere bouwsels. Een enkele keer is
            er een kwestie aan de orde als ‘gluren bij de buren’ of   over en weer.
            een slecht passende bruidsjurk, die het decolleté op
            een verkeerde manier doet uitkomen, waardoor de
            mooiste dag in het leven van de bruid is geruïneerd.  Met ‘dus je blijft ervan af’ lijkt vrouw 2 de ruzie verder
               Behalve amusant – beide programma’s trekken al   op de spits te willen drijven. Enkele minuten later is er
            jaren vele kijkers – zijn deze tv-‘rechtszaken’ ook in   een vergelijkbare interactie.
            talig opzicht interessant. Want wie het taalgebruik
            van ruzies wil analyseren, loopt tegen het probleem   Man (echtgenoot van vrouw 1): Die plaat steekt
            aan dat er maar weinig taalmateriaal beschikbaar is   boven de heg uit.
            dat onderzocht kan worden. Ruzies spelen zich im-  Vrouw 2: Maar dat is jouw probleem! Dan los jij het
            mers meestal af in de privésfeer. Maar de televisie   maar op! Maar niet aan mijn schutting komen, niet
            biedt dus uitkomst: dankzij De Rijdende Rechter en   aan mijn plaat komen!
 ‘Je bent zélf een vuile  Mr. Frank Visser doet uitspraak is er veel beeldmateriaal   Man: Hij moet weg, die plaat.
                                                               Vrouw 2: Helemaal niet. Het hangt in mijn tuin.
            waaruit we een goede indruk kunnen krijgen van de
            ruzie als specifiek gespreksgenre.
                                                               Man: Die plaat is boven de twee meter vijfentwintig.
                                                               Vrouw 2: Nou ja, so what, jij hebt er een probleem
            ONGESCHREVEN REGEL                                 mee. Dan los je het zelf maar op, maar daar blijf je
            Wanneer mensen een gesprek voeren, doen ze dat     van af.
            volgens een belangrijke ongeschreven regel. Hanneke
            Houtkoop en Tom Koole noemen dat in hun boek     De meeste ruzies zijn in feite een reeks van ontkennin-
            Taal in actie. Hoe mensen communiceren met taal het    gen, over en weer. Dat ‘welles-nietespatroon’ is heel
            ‘coöperatieprincipe’: taalgebruikers gaan er bij de    duidelijk te zien in deze dialoog, waarin de twee buren
            interpretatie van uitingen van uit dat de ander zich    beweren dat de ander hen begluurt.
            coöperatief gedraagt. Daar voegen de twee auteurs
            alleen wel aan toe: “totdat het tegendeel blijkt”. Dat   Man 1: Als jij niks van mij wilt, wat doe jij dan om
            tegendeel blijkt heel vaak bij een bepaald type ge-  half twaalf op de erfgrens bij mij in de woning te
            sprek: bij ruzies. Neem nu de twee buren van hiervoor.   kijken?
            Bij hen is maar heel weinig te merken van iets wat in   Man 2: Dat doe ik niet.
            de buurt komt van coöperatie, van samenwerking. De   Man 1: En dan moet je niet zeggen: ze staan dan
            twee beschuldigen en bedreigen elkaar en lijken nau-  te kijken. Natuurlijk sta ik dan te kijken dat er een
            welijks naar elkaar te luisteren, laat staan rekening   idioot bij mij voor het raam staat.           ONZE TAAL 2019  —  9
            met elkaar te houden.                              Man 2: Ik sta te kijken want toen regende het ...
               In ruzies bij de Rijdende Rechter en zijn collega   Man 1 (onderbreekt): Het regende niet.
            schelden mensen elkaar af en toe uit voor ‘imbeciel’,   Man 2: Het heeft hard geregend.
            ‘gestoorde’, ‘kwal’, ‘dikzak’ of ‘idioot’, wat uiteraard   Man 1: Het regende níét.
            ook geen bijdrage levert aan een harmonieuze oplos-
            sing van het conflict. Nog een voorbeeld van hoe het   Opvallend is dat man 2 in zijn eerste bijdrage zegt: “Dat
            er soms aan toegaat:                             doe ik niet”, hoewel hij daarna die ontkenning terug-    13
   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18