Page 10 - OnzeTaal_sept2019_HR
P. 10
VRAAG EN
ANTWOORD
HIJ LOBBY+T
oe vervoeg je het werkwoord
Hlobbyen? Is het bijvoorbeeld hij
lobby’t, hij lobbyt, hij lobby-t of hij
lobbiet?
In de vervoeging van lobbyen komen de
werkwoordsuitgangen direct achter de
stam lobby: het is hij lobbyt, ik lobbyde
en (ik heb) gelobbyd. Dat is inconse-
quent als je het vergelijkt met meer-
vouden en verkleinvormen zoals lobby’s
en baby’tje, die een apostrof krijgen.
Hoe komt dat?
Woorden met een slot-y – vrijwel
altijd leenwoorden uit het Engels – be-
gonnen in de negentiende eeuw in het
Nederlands voor te komen; oude voor-
beelden zijn jury, lady en tilbury (een SPREEKWOORDELIJK
rijtuigje). De meervoudsvormen werden Illustratie: Matthijs Sluiter
ook in negentiende-eeuwse spelling-
gidsen al met een apostrof geschreven,
vooral omwille van de leesbaarheid: ju- GEEN KLEIN BIER
ry’s, lady’s, tilbury’s. Werkwoorden met
een y kwamen in die tijd nog niet voor. ndernemen in de horeca is nu eenmaal geen klein bier en wordt vaak
Tegenwoordig zijn we veel meer ge- “Oonderschat.” Dat schreef zakentijdschrift Quote eerder dit jaar in een
wend aan woorden met een slot-y en bericht over bekende Nederlanders die een café of restaurant beginnen.
zouden ladys, jurys, lobbytje en hobbytje Vanwaar dat ‘geen klein bier’?
niet voor grote leesbaarheidsproblemen
zorgen. Toen in de loop van de twintig- De uitdrukking ‘Dat is geen klein bier’ drukt uit dat iets bepaald geen kleinigheid
ste eeuw werkwoorden met -yen steeds is, dat iets niet niks is. Dat kan betekenen dat het zeer de moeite waard is, maar
gewoner werden, kwamen die zonder ook dat het een zaak van belang is, een serieuze aangelegenheid – iets waar je
apostrofs in de spellinggidsen terecht: niet te licht over moet denken. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) gaf
vormen als lobbyen, lobbyt en lobbyden in 1902 alleen een positieve omschrijving: “dat is wat moois in zijne soort”; de
zijn prettiger (en niet slechter) leesbaar betekenis lijkt dus gaandeweg wat zakelijker te zijn geworden.
dan lobby’en, lobby’t en lobby’den. Dat De aanduiding klein bier werd aanvankelijk gebruikt voor een minderwaardige
de apostrof in lobby’s en hobby’s niet is biersoort of (iets algemener) voor een lichte biersoort. Klein duidt dan niet op de
afgeschaft, is vermoedelijk omdat ook hoeveelheid bier, maar op de kwaliteit ervan: het is bier met weinig hop of weinig
andere meervoudsvormen van woorden alcohol. Een synoniem is dun bier, en daartegenover staan groot bier, zwaar bier en
op een enkele klinker, zoals auto’s dik bier. Als iemand zegt dat iets ‘geen klein bier is’, is het dus in zijn of haar
en kiwi’s, een apostrof hebben. Maar ogen ‘niet minderwaardig’, wat een understatement is om te zeggen dat iets juist
helaas heeft het in een ander opzicht goed of belangrijk is.
dus wel een inconsequentie opgeleverd. Volgens het WNT en het gezaghebbende spreekwoordenboek van dr. F.A.
Stoett (1923/1925) komt ‘Dat is geen klein bier’ vooral in het zuiden van het
taalgebied voor, maar het is ook met enige regelmaat in (Noord-)Nederlandse
MEER DAN ÉÉN HEEFT/HEBBEN bronnen te vinden. Het lijkt de laatste jaren zelfs wat algemener in gebruik te
oort bij meer dan één een enkel- komen in Nederland – zij het af en toe nog met een toevoeging als “zoals onze
Hvoudige persoonsvorm of een zuiderburen zeggen”.
meervoudige? Het Engels en het Frans hebben soortgelijke uitdrukkingen: small beer betekent
Een enkelvoudige. Het is bijvoorbeeld ‘iets onbelangrijks’ en ‘Ce n’est pas de la petite bière’ betekent ‘Dat is de moeite
‘Meer dan één cursist heeft afgezegd’ of waard’.
‘Er zit meer dan één konijn in de tuin.’
De woordgroep meer dan één gedraagt
ONZE TAAL 2019 — 9 voudig zelfstandig naamwoord gecom- woordvormen: ‘Een of meer cursisten VERBAZING DIE/WAT/DAT IK
zich qua betekenis als een meervoudig
telwoord, maar wordt met een enkel-
HOOR
hebben afgezegd’, ‘Er zitten een of
bineerd (cursist, konijn) en met een en-
kelvoudige persoonsvorm (heeft, zit). Ze
meer konijnen in de tuin.’ Bij een con-
k appte de volgende zin: ‘Is het
structie met of richten de bijbehorende Ikoffie die ik ruik, of iets anders?’
is in dat opzicht vergelijkbaar met een
woord als menig, dat ‘veel’ betekent
juist was. Klopt dat?
maar zich ook als enkelvoud gedraagt:
melijk doorgaans naar het meervoudige
Het is inderdaad beter om wat te ge-
‘Menig cursist heeft afgezegd.’ naamwoorden en werkwoorden zich na- Mijn vriendin beweerde dat die niet
gedeelte daarvan. Het is bijvoorbeeld
De woordgroep een of meer wordt ook: ‘Mijn ouders of mijn zus hebben bruiken: ‘Is het koffie wat ik ruik, of iets
10 juist gecombineerd met meervoudige dat boek geleend.’ anders?’

