Page 31 - OnzeTaal_okt2019_HR
P. 31
ONDERZOCHT STERRE LEUFKENS EN GASTON DORREN
Waar houdt jong taalkundetalent zich mee bezig? Foto: Bert Beelen
Wapperen met die handen!
rukke cafés, uitbundige feesten, heftige concer-
ten: probeer elkaar daar maar eens te verstaan.
D In hoeverre slagen we erin om dat te compense-
ren met visuele informatie? In mei promoveerde Linda
Drijvers aan de Nijmeegse Radboud Universiteit op haar
onderzoek naar die vraag.
LIPLEZEN
Op lawaaiige plekken letten we scherper op elkaars ge-
zicht. We kijken vooral naar de ogen, maar het is de
mond die ons de extra informatie verschaft: we liplezen.
En toch, heel goed zijn we daar niet in, zegt Drijvers: “In
mijn onderzoek moesten mensen proberen woorden te
herkennen terwijl het geluid sterk vervormd was. Het
lukte ze maar 25 procent van de tijd om de woorden cor-
rect van de lippen af te lezen.”
Dat percentage schoot omhoog naar 70 als de spreker
tegelijkertijd een betekenisvol handgebaar maakte. Linda Drijvers onderzocht communicatie in een rumoerige
“Dus als de spreker ‘vegen’ zei en daarbij ook een veeg- omgeving.
beweging maakte, werd dat woord véél vaker begrepen.
Dat is opmerkelijk, want je kunt in diezelfde beweging
ook iets anders zien, bijvoorbeeld ‘roeien’.” Nog opmer- ook steeds meer aandacht aan. Zo was onze laborato-
kelijker is dat luisteraars vaak niet eens rechtstreeks riumsituatie al veel natuurlijker dan bij eerdere onder-
naar de handen kijken, maar de bewegingen slechts in zoeken naar het belang van handbewegingen. In het
hun perifere blikveld zien – uit een ooghoek, zeg maar. verleden kregen de proefpersonen bijvoorbeeld video’s
Die percentages van 25 en 70 zijn gemeten in het te zien zonder de lippen van de spreker: het gezicht was
laboratorium, en dus gelden ze niet per se voor werkelijke buiten beeld gehouden, of er was zelfs een panty over
café-, feest- of concertgesprekken, merkt Drijvers op. het hoofd getrokken!”
Als we willen weten hoe mensen van vlees en bloed
“Als ik met mijn oma praat, elkaar verstaan, is een video misschien ook niet ideaal.
Of maakt dat niet uit? “Ja, ik denk dat het wel verschil
gebaar ik ook meer dan anders.” maakt. Bij een video kun je gerust naar de lippen of
handen staren. In een echt gesprek zou dat superonge-
makkelijk zijn; dat hoort niet. Zoiets kan de uitkomsten
zeker beïnvloeden.”
Om te beginnen zijn het gemiddelden. Maar bovendien
maakt het voor luisteraars veel uit of ze hun moedertaal EXTRAVERTER
proberen te verstaan dan wel een tweede taal. In dat Niet alleen op lawaaiige plekken kunnen handbewegin-
laatste geval kijken ze méér naar de handen en lippen gen het gesproken woord ondersteunen. “Als ik met
van de spreker, maar halen ze desondanks die 70 pro- mijn oma praat, gebaar ik ook meer dan anders”, zegt
cent niet. Drijvers. “Oudere mensen horen slechter, dus ik raad
iedereen aan om dat te doen. Ook luisteraars voor wie
CONTRASTEN Nederlands een tweede taal is, hebben er baat bij. En als
Ook aan de kant van de sprekers zijn er grote verschil- ik voor een groep sta, gebaar ik ook meer, deels omdat
len, namelijk in de mate waarin ze met hun handen het mij helpt bij het formuleren, deels omdat het helpt
‘wapperen’. “De verschillen zijn zowel individueel als de aandacht van de luisteraars vast te houden. En door
cultureel”, zegt Drijvers. “Ik heb met een groep Turkse te gesticuleren maak je als spreker ook nog een krachti-
taalkundigen gewerkt die allemaal heel druk gesticuleer- gere en extravertere indruk op je toehoorders. Het kan
den. Zelf praat ik ook best veel met mijn handen, maar dus in allerlei situaties nuttig zijn om ‘met je handen te
een van mijn Nederlandse collega’s doet dat juist hele- praten’.”
maal niet.” Zulke contrasten bleven in het onderzoek Net zoals niet iedere spreker evenveel gebaart, heeft ONZE TAAL 2019 — 10
buiten beschouwing. ook niet iedere luisteraar evenveel oog voor andermans
Nog een reden waarom de percentages niet per se de handen. Is het dus een goed idee om er bewust meer op
werkelijkheid weerspiegelen, is dat proefopstellingen nu te gaan letten als je gehoor minder wordt? Drijvers: “Ja,
eenmaal niet heel realistisch zijn. Ze bevatten allerlei dat lijkt me zeker. Of mensen zich die gewoonte alsnog
technische hulpmiddelen die het gedrag van de proef- eigen kunnen maken, en of dat dan inderdaad helpt, dat
personen beïnvloeden. “Dat is inherent aan dit soort zouden we moeten testen. Dat is best makkelijk te doen,
onderzoek”, zegt Drijvers. “Onderzoekers besteden daar nu ik er zo over nadenk!” 31

