Genant betekent ‘een gevoel van schaamte opwekkend, pijnlijk’. Als je iets een genante situatie noemt, vind je de situatie beschamend voor anderen en/of jezelf. 

Van gênant naar genant naar allebei goed

Tot 2026 was alleen de spelling mét accent, gênant, goed volgens de officiële woordenlijst. Begin 2026 veranderde dat naar genant. Inmiddels staat daar de opmerking bij: ‘‘De spelling met accent circonflexe is ook correct.’’

Je mag dus zelf kiezen of je genant of gênant schrijft. Het is allebei goed.

Gênant in het Frans, genant in het Nederlands

Genant is een leenwoord uit het Frans, waar het een ‘dakje’ (accent circonflexe) op de e heeft: gênant

De spelling genant past bij de algemene regel dat je in het Nederlands accenten in Franse leenwoorden alleen laat staan als die nodig zijn voor de uitspraak. Dat is bijvoorbeeld het geval in crêpe, frêle en gêne. Bij deze woorden weet je dankzij het dakje op de eerste e dat je die moet uitspreken als ‘è’. In genant is dat dakje niet nodig voor de uitspraak. Je zegt immers niet ‘zjè-nant’, maar ‘zjuh-nant’, met een ‘stomme e’ (sjwa) in de eerste lettergreep. Hetzelfde geldt voor generen (‘zjuh-nee-ruhn’), dat ook geen dakje op de eerste e krijgt.

Ook in onze spellinglijst geven we naast genant de variant gênant. Er is namelijk niet zoveel op tegen om de Franse spelling te gebruiken (zeker niet als dat zoveel jaar de enige officieel toegestane spelling in het Nederlands is geweest).

Als je op het tabblad ‘Voorbeelden’ hierboven klikt, vind je een lijstje van Franse leenwoorden die nog altijd een accent circonflexe hebben.

Maitre en maître: allebei goed

Bij onder meer maître en goûter staat deze toelichting in de officiële woordenlijst: “In 2016 is een spellingwijziging doorgevoerd in de Franse taal, waarbij het gebruik van een accent circonflexe op de i en de u facultatief in plaats van verplicht is geworden. In het Nederlands is het weglaten van dat accent in oorspronkelijk Franse woorden daarom ook toegestaan.” Dat betekent dat ook maitre en gouter officieel juist zijn.

Franse woordgroepen: vaker accenten

Goed om te weten: in woordgroepen die uit het Frans zijn geleend, staan vaak accenten: belle époque, en dépôt, pâté de foie gras, enz.

Als depot los voorkomt, mag je er officieel geen accent op zetten. Als paté los voorkomt, vervalt het accent circonflexe op de a.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag

Onderstaande Franse leenwoorden hebben nog altijd een accent circonflexe. Dat accent komt meestal op de e voor, maar ook weleens op een andere klinker.

  • arrêt (‘pal’, ‘(jachtterm) het plotseling blijven staan of liggen’, ‘(schermen) tegenaanval’)
  • arrêteerkogel (‘kogeltje om een werking stop te zetten’)
  • arrêteren (‘tegenhouden’, ‘halt houden’)
  • bêche de mer (‘zeekomkommer’)
  • bête (‘dom, onnozel’)
  • bête noire (‘het zwarte schaap’)
  • bêtise (‘domheid, domme streek’)
  • crème brûlée, crème brulée
  • crème fraîche, crème fraiche
  • crêpe (suzette)
  • coûte que coûte, coute que coute 
  • en croûte, en croute (‘met een korstje’)
  • en dépôt (let op: als depot los voorkomt, geen accenten)
  • enquête
  • enquêteren
  • enquêteur
  • fêteren
  • flûte, flute (‘glaasje’) 
  • frêle
  • gemêleerd (‘gemengd’, ‘bestaande uit personen van verschillende stand of leeftijd’)
  • gîte, gite
  • goûter, gouter (‘lichte maaltijd in de namiddag’)
  • hôtelier, hotelier
  • maître, maitre
  • maître d’hôtel, maitre d’hôtel
  • maîtresse, maitresse
  • mêlee
  • mêleren (‘mengen, dooreenmengen’)
  • moment suprême
  • pâte (‘vrij dikke, smeuïge verflaag van een schilderij’)
  • pâté de foie gras (let op: in paté (‘smeerbaar vleesgerecht’) als het los voorkomt geen accent circonflexe)
  • peau de pêche (‘fluweelachtige stof’)
  • pêche melba
  • pêle-mêle (‘raam waarin verschillende foto’s geplaatst kunnen worden’)
  • petit-maître, petit-maitre (‘pronker, saletjonker’)
  • prêcher pour sa paroisse (‘voor eigen parochie preken’)
  • prêt-à-porter (‘confectiekleding voor dames, naar model van een modeontwerper’)
  • prête-nom (‘iemand die zijn naam ergens voor leent, stroman’)
  • prévôt (‘rang in de schermsport’) (officiële spelling sinds 2026: prevot)
  • rêverie (‘dromerij’)
  • relâche ((theaterterm) ‘geen opvoering’)
  • sans relâche (‘zonder ophouden’)
  • tambour-maître, tambour-maitre
  • tête-à-tête
  • Trêveszaal

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!