Bijdehand is een uitzonderlijk woord. Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een d, behouden normaal gesproken die d als ze verbogen worden (als er een e achter komt). Het is bijvoorbeeld een gemeende opmerking en een kwetsende opmerking. Bijdehand werd vroeger echter zelden of nooit gebruikt vlak vóór een zelfstandig naamwoord, maar altijd in zinnen als ‘Zij is bijdehand’ en ‘Doe niet zo bijdehand.’

Bijdehand werd dus nooit verbogen en klonk daardoor altijd als 'bijdehant'. Toen het later ook vóór zelfstandige naamwoorden werd gebruikt, spraken de meeste mensen het verbogen woord uit als ‘bijdehante’ en raakte die t ook op schrift ingeburgerd: bijdehante uitspraken.

In het dagelijkse taalgebruik komen we bijdehande ook wel tegen, maar die vorm ontbreekt in de woordenboek en de Woordenlijst Nederlandse Taal. In verzorgde taal geldt dus alleen een bijdehante tante als juist.

De vergrotende trap is bijdehanter, ook met een t. In de overtreffende trap komt juist de d weer terug: bijdehandst (of meest bijdehand).

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail