Wat is juist: zelfvoorzienend of zelfvoorziend?

Beide woorden zijn juist; het zijn varianten van elkaar.

Zelfvoorzienend is het gebruikelijkst; die vorm is ook opgenomen in het Groene Boekje, net als het zelfstandig naamwoord zelfvoorzienendheid, terwijl zelfvoorziend daar niet in staat. Ook de Dikke Van Dale vermeldde lange tijd alleen zelfvoorzienend, maar in 2017 is ook zelfvoorziend toegevoegd aan (de digitale versie van) dit woordenboek.

Zelfvoorzienend/zelfvoorziend betekent: ‘in staat om voor zichzelf te zorgen, zelfredzaam’, ‘zelf kunnen zorgen voor alles wat je nodig hebt (zonder een beroep te doen op externe bronnen)’. Voorbeelden van het gebruik:

  • Een zelfvoorzienend/zelfvoorziend huis heeft geen gas- en elektriciteitsaansluiting nodig.
  • Er komen steeds meer zelfvoorzienende/zelfvoorziende ouderen die een rol willen blijven spelen in de maatschappij.

Waar komt zelfvoorzienend vandaan?

Zelfvoorzienend is een bijzondere vorm. Het woord is opgebouwd uit zelf en het tegenwoordig deelwoord van het werkwoord voorzien. Alleen is dat deelwoord anders gevormd dan je zou verwachten. Normaal maak je het door na het werkwoord een d te plaatsen: fietsend, lachend, ziend, enz. Je zou dus zelfvoorziend verwachten. Maar bij werkwoorden die niet op de gangbare uitgang -en (met een toonloze e) eindigen, zoals zien, doen en staan, duikt er vaker een extra n op in afleidingen. Zo is het niet zieër en doeër maar ziener en doener, niet doelijk maar doenlijk, en niet onuitstabaar maar onuitstaanbaar. Waarschijnlijk is zelfvoorzienend ontstaan naar analogie van dit soort vormen.

Verlengde vormen als een helderzienend oog, een herzienend vonnis, ons kortzienend oog, aldus neerzienend op ..., wreed en niets ontzienend fanatisme en een zelfvoorzienend land kwamen vanaf de zeventiende eeuw in gebruik. Het gebruik van de ‘onlogische’ vorm zelfvoorzienend is dus niet iets van vandaag of gisteren. 

Nadrukkelijker en plechtiger

De vraag is natuurlijk: waaróm zijn deze verlengde vormen van het tegenwoordig deelwoord in gebruik gekomen? Dat is vermoedelijk omdat ze nadrukkelijker zijn dan de vormen zonder -en-. Ze werden ook als ‘plechtiger’ gezien. In een oude grammatica (uit 1845) staat: “(...) voldoenend (in godgeleerden zin) heeft deze ingelaschte n voor den verbuigings-uitgang van het deelwoord, ter onderscheiding van het gewone voldoend.” Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt een citaat waarin sprake is van “eene voldoenende of toereikende Genade”; ‘een voldoenende genade’ werd blijkbaar als nadrukkelijker, plechtiger of duidelijker gezien dan ‘een voldoende genade’.  

Er waren overigens ook in het verleden al mensen die deze ‘verlengde’ vormen maar gekkigheid vonden. In een aflevering van het tijdschrift Vaderlandsche letteroefeningen uit 1800 worden ze als nieuwigheden (“eene soort van Neologie, of zoogenoemde zucht tot nieuwheid”) bespot.

De verlengde vorm zelfvoorzienend heeft zich echter weten te handhaven. De Dikke Van Dale vermeldt zoals gezegd zelfs pas sinds 2017 ook de korte vorm zelfvoorziend.