Wat is juist: 'Dat is de vrouw wiens auto is gestolen' of 'Dat is de vrouw wier auto is gestolen'?

'Dat is de vrouw wier auto is gestolen' wordt van oudsher als juist gezien, maar veel mensen vinden 'Dat is de vrouw wiens auto is gestolen' ook prima. Dat komt doordat de vorm wier verouderd is; dat geldt minder voor wiens

De regel voor wiens en wier

Wiens en wier zijn restanten uit de tijd dat het Nederlands nog naamvallen had. Wier wordt volgens dit oude naamvallensysteem gebruikt om naar een vrouw of naar meer personen te verwijzen. Het betekent 'van wie'. Voorbeelden:

  • Marieke, wier kinderen bij ons op school zitten, is pedagoge.
  • De mensen wier pasjes waren gestolen, lieten het er niet bij zitten.

Wanneer er naar een mannelijke persoon verwezen wordt, is wiens juist:

  • Klaas, wiens computer stuk is, heeft de technische dienst gebeld.
  • Pieter, wiens broer op handbal zit, is een voetbalfanaat.
  • Die man, wiens dochters allebei paardrijden, is bang voor paarden.

De vrouw wiens

Wier is al lange tijd aan het verouderen. Daardoor komt wiens ook vaak voor in zinnen als 'Dat is de vrouw wiens auto gestolen is' en 'Dat zijn de mensen wiens auto gestolen is.' Wiens fungeert in het hedendaagse Nederlands dus als een algemeen verwijswoord, dat niet alleen geschikt is om te verwijzen naar mannen, maar ook om te verwijzen naar vrouwen en naar meervouden. Taalwetenschappers vonden overigens in het werk van Vondel (in de 17de eeuw) al voorbeelden als “de dochter (...) wiens oogen ...” - deze ontwikkeling is dus al eeuwen aan de gang.

Wie de vrouw wiens en de mensen wiens schrijft of zegt, maakt kortom geen grote fout. Het naamvalsysteem bestaat immers niet meer in het huidige Nederlands, en versteende vormen met oude naamvallen komen vaker voor (bijvoorbeeld onzes inziens en te allen tijde). De taaladviesboeken adviseren vrijwel allemaal een andere constructie te gebruiken: de vrouw van wie en de mensen van wie. De redenering is: wier is verouderd en komt stoffig over en wiens is grammaticaal eigenlijk niet juist. Je kunt het dus nooit helemaal goed doen; kies daarom als het even kan een formulering met van wie: 'Dat is de vrouw van wie de auto is gestolen' en 'Dat zijn de mensen van wie de auto is gestolen.' Die zinnen zijn zeker goed.