Hoe zit het woord wielrennen eigenlijk in elkaar? Er wordt toch niet ‘gerend’? Zou het niet ‘wielrijden’ moeten zijn?

Wielrennen kwam rond het begin van de twintigste eeuw in gebruik. Rennen had toen nog de algemene betekenis ‘zich snel voortbewegen’. Dat kon op allerlei manieren zijn. Wielrennen betekent eigenlijk ‘je snel voortbewegen op de fiets’ en vandaar ‘om het hardst rijden, racen op de fiets’. 

Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands vermeldt bij rennen het voorbeeld “eyn pert rennen” (‘een paard doen draven’) als oudste citaat. In de loop van de eeuwen kreeg rennen de betekenis ‘snel lopen, hardlopen’. Weer later ontstond de algemenere betekenis ‘zich snel voortbewegen’.

Toen Van Dale wielrennen voor het eerst opnam, in 1914, kreeg het de omschrijving “rennen op de fiets”, waarin rennen dus nog ‘zich snel voortbewegen’ betekent. Die betekenis van rennen is in de twintigste eeuw kennelijk al snel verdwenen. Sinds 1950 vermeldt Van Dale bij wielrennen de omschrijving “hardrijden op de fiets”. Het woord wielrennen zelf is echter blijven bestaan.