Wat is een tante betje?

Een tante betje is een stijlfout. De naam tante betje is geïntroduceerd door de taalpurist Charivarius (1870-1946) in zijn taaladviesboek Is dat goed Nederlands? (1940). Naar zijn zeggen kwam hij de hieronder behandelde stijlfout steevast tegen in de brieven van zijn tante Betje.

De tantebetjeconstructie komt voor als twee hoofdzinnen aan elkaar gekoppeld zijn met en, want of maar en in de tweede hoofdzin ten onrechte inversie wordt toegepast of gesuggereerd (inversie is het omdraaien van de volgorde onderwerp - persoonsvorm).

Er zijn drie typen tantebetjezinnen:

  1. Zinnen zonder inversie in de eerste hoofdzin en met inversie in de tweede:
    • We gaan straks naar de Efteling en komen we pas laat in de avond thuis.
    Zulke tante betjes zijn opvallend, maar komen niet vaak voor.
     
  2. Zinnen met inversie in de eerste en de tweede hoofdzin:
    • Met genoegen deel ik u mee dat u een prijs hebt gewonnen, en hoop ik dat u bij de prijsuitreiking aanwezig bent.
    De inversie in de tweede hoofdzin suggereert dat het zinsdeel dat de inversie in de eerste hoofdzin veroorzaakt ('met genoegen') in de tweede ingevuld moet worden ('met genoegen hoop ik ...'). De zin klopt grammaticaal wel, maar de betekenis is onjuist.
     
  3. Zinnen met inversie in de eerste hoofdzin en gesuggereerde inversie in de tweede:
    • Volgende maand gaan we verhuizen en moeten nu alvast een nieuw bed uitzoeken.
    Zulke zinnen noemen we alleen tante betjes als de delen waaruit ze zijn opgebouwd elkaar inhoudelijk tegenspreken. Dat is in de bovenstaande zin het geval: het onderwerp in de tweede hoofdzin is hier weggelaten. Daardoor is het niet duidelijk of het vóór of na de persoonsvorm hoort: '... en we moeten nu ...' of '... en moeten we nu ...' Vanwege de inversie in het eerste deel ligt diezelfde volgorde in het tweede deel ook voor de hand: het weggelaten onderwerp we wordt in gedachten ingevuld ná de persoonsvorm moeten. En dan doet zich hetzelfde probleem voor als in het tweede type tante betje: een grammaticaal juiste zin, maar een onmogelijke betekenis ('... en volgende maand moeten we nu alvast een nieuw bed uitzoeken').

In de meeste zinnen die die laatste vorm hebben, doet dit probleem zich niet voor, omdat het tweede deel niet met het eerste zinsdeel van de eerste zin in tegenspraak is:

  • Door een defecte bovenleiding rijden de treinen tussen Leiden en Amsterdam via een andere route en stoppen niet in Schiphol.

In een verhalende context kan zelfs de voorkeur uitgaan naar zulke zinnen, omdat het herhalen van of het verwijzen naar het onderwerp een hortend en stotend effect kan bewerkstelligen (zoals in de tweede en de derde zin):

  • Kokend van woede beende hij de kamer uit, pakte zijn jas, griste zijn koffer mee en smeet de deur met een harde klap dicht.
  • Kokend van woede beende hij de kamer uit, pakte hij zijn jas, griste hij zijn koffer mee en smeet hij de deur met een harde klap dicht.
  • Kokend van woede beende hij de kamer uit, hij pakte zijn jas, griste zijn koffer mee en smeet de deur met een harde klap dicht.

Meestal is dit type zin in orde als de achtereenvolgens genoemde gebeurtenissen of feiten ook in de werkelijkheid opeenvolgend zijn. De weglating van het onderwerp is dan correct, en van een tantebetjeconstructie is geen sprake.

Van Dale (2005) schrijft tante Betje overigens met een hoofdletter B; dat doen wij niet, omdat het niet meer om een eigennaam gaat. Samenstellingen als tantebetjestijl schrijven we helemaal aaneen zonder hoofdletter. Dat is vergelijkbaar met tanteagaathregeling.