Welk voorzetsel hoort bij risico, bijvoorbeeld in de zin ‘Door vet te eten neemt het risico (...) hart- en vaatziekten toe’?
 

Zowel risico op als risico van is mogelijk; risico op klinkt tegenwoordig voor veel mensen het gewoonst.

Lange tijd was volgens de naslagwerken alleen risico van goed, maar daarnaast heeft risico op steeds meer ingang gevonden. Misschien is het ontstaan onder invloed van kans op. Risico op wordt gevolgd door iets onwenselijks; kans op is neutraler. Vaak is risico dan ook te vervangen door kans: ‘Door vet te eten neemt de kans op hart- en vaatziekten toe.’

Er zijn natuurlijk ook heel andere formuleringen mogelijk, bijvoorbeeld: ‘Door vet te eten neemt het risico (om) hart- en vaatziekten te krijgen toe.’