Hoe noem je een woord dat je van voor naar achter en van achter naar voor kunt lezen, zoals parterretrap?

Dat zijn palindromen of keerwoorden.

Andere voorbeelden zijn klotetolk, lepel, levensnevel, madam, meetsysteem, nepparterretrappen, parterreserretrap, Reinier, rookseinklotetolknieskoor, stormrots.

Palindroom gaat terug op het Griekse παλινδρομος (palindromos), dat 'teruglopend, in tegengestelde richting lopend' betekent.

Niet alleen woorden kunnen palindromen zijn; ook zinnen, alinea's en zelfs hele verhalen kunnen palindromisch zijn. Honderden voorbeelden zijn te vinden in Battus' Opperlandse taal- & letterkunde (eerste druk 1981) en zijn opvolger Opperlans! Taal- & letterkunde (2002). Enkele voorbeelden van palindroomzinnen:

  • Baas, neem een racecar, neem een Saab.
  • Mooie zeden in Ede, zei oom.
  • Ai, de massamedia!
  • A man, a plan, a canal: Panama!

Er zijn veel alternatieve aanduidingen voor palindromen. Battus noemt in zijn boekje Symmys (1991) de volgende termen: januswoorden, kreeftwoorden, symmetrische woorden, anacyclische woorden, anastrofe woorden, bifrontale woorden, diabolische woorden, recurrente woorden, retrograde woorden, karkinische woorden en sotadische woorden.