Schrijf je naargelang als één woord of als twee (naar gelang)?

Naargelang kan altijd als één woord worden geschreven: als voegwoord en ook als voorzetsel. In dat laatste geval wordt in de praktijk ook vaak voor naar gelang gekozen.

Naargelang de avond vordert

Naargelang kan op verschillende manieren gebruikt worden. Als voegwoord (‘naarmate’), soms gevolgd door dat, wordt het altijd aaneengeschreven:

  • Naargelang (dat) de avond vorderde, verdween de spanning.
  • Naargelang ik meer ervaring kreeg, werkte ik sneller.
  • Hij zal zich wel meer op zijn gemak gaan voelen naargelang hij hier langer is.

Naar( )gelang uw verbruik

Naargelang kan ook een voorzetseluitdrukking zijn.

  • U betaalt naargelang uw verbruik.
  • Naargelang de belangstelling organiseren we extra bijeenkomsten.

In deze zinnen kan ook naar gelang van of al naar gelang van staan. Zodra er van volgt of kan volgen, wordt naar gelang vaak los geschreven: 

  • U betaalt (al) naar gelang van uw verbruik
  • (Al) naar gelang van de belangstelling organiseren we extra bijeenkomsten.

Officieel is naargelang van ook één woord. Toch is het hierboven gemaakte onderscheid niet zo vreemd. Dat wordt namelijk ook bij andere woorden gemaakt, zoals zo( )lang. Als voegwoord wordt het aaneengeschreven: ‘Zolang er leven is, is er hoop.’ Maar niet in een zin als ‘Het duurt heus niet zo lang.’ 

Vergelijk ook: ‘We ontmoeten elkaar op station Utrecht en reizen van daar samen verder’ en ‘Ik ben verkouden; vandaar die rode neus.’