Waar komt de uitdrukking Het gaat hem naar den vleze vandaan? En wat betekent deze uitdrukking eigenlijk?

 

Het gaat hem naar den vleze betekent 'het gaat hem (in materieel opzicht) goed, voorspoedig'. De uitdrukking wordt ook wel gebruikt om aan te geven dat het in alle opzichten goed gaat met iemand.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel XXI, 1971) vermeldt bij vleesch: “het is of gaat iemand (zus of zoo) naar den vleesche, het is zoo met hem gesteld in de wereld”. Vroeger zei men bijvoorbeeld: 'Het gaat hem voorspoedig naar den vleze.' Het WNT noemt het gebruik van een bijvoeglijk naamwoord als voorspoedig in combinatie met naar den vleze verouderd. De beknopte uitdrukking het gaat hem naar den vleesche (vleeze) heeft dus al lang geleden de betekenis 'het gaat hem goed in stoffelijke zin' gekregen.

Het spreekwoordenboek van Stoett (Nederlandse spreekwoorden en gezegden) schrijft bij deze uitdrukking: “Vlees is in bijbeltaal een oude en veel gebruikte aanduiding van de lichamelijke, stoffelijke, creatuurlijke mens, ook in de verbinding vlees en bloed (...).” Huizinga verwijst in zijn Spreekwoorden en gezegden naar het bijbelboek Romeinen 8: “Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees - God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.” Volgens Huizinga is het verband tussen spreekwoord en deze tekst niet helemaal opgehelderd.