Waar komt de uitdrukking naar de/het pijpen van iemand dansen vandaan en wat wordt ermee bedoeld? En is de pijpen of het pijpen juist?

Naar de/het pijpen van iemand dansen betekent ‘alles doen wat een ander wil’, ‘niet zelf (kunnen) bepalen wat je wilt’. De uitdrukking komt al vanaf haar ontstaan (in de vijftiende eeuw) voor met de lidwoorden de én het. Zowel de pijpen als het pijpen is dus juist.

Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) is naar de/het pijpen dansen mogelijk ontleend aan een verhaal uit de Bijbel. In Matteüs (11: 16-17) zegt Jezus: “Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: ‘Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen.’”

In andere talen zijn vergelijkbare uitdrukkingen ontstaan. Meestal wordt hierin het zelfstandig naamwoord fluit/pijp gebruikt:

  • Frans: aller aux flûtes de quelqu’un, ‘gaan naar de fluiten (= pijpen) van iemand’.
  • Engels: to dance to a person’s pipe/piping/whistle/tune(s), ‘dansen naar de pijp/het pijpen/de fluit/de melodie(ën) van iemand’.
  • Duits: nach jemandes Pfeife/Geige tanzen, ‘naar iemands pijp/viool dansen’.

Dansen naar het pijpen

In dansen naar het pijpen van iemand is pijpen een werkwoord. Het pijpen betekent ‘het fluiten’. Als je precies op de maat danst van het fluiten van een ander, doe je precies wat die ander wil. Je laat je in feite dus de wet voorschrijven (je laat je ringeloren) door een ander.

Dansen naar de pijpen

In dansen naar de pijpen van iemand is pijpen het meervoud van het zelfstandig naamwoord pijp. De betekenis is hetzelfde: je danst precies op de maat van de muziek die uit de pijp (‘fluit’) van de ander komt. Je hebt dus geen eigen wil.

In sommige adviesboeken wordt dansen naar de pijpen van iemand afgekeurd, maar dat is onterecht. F.A. Stoett vermeldt in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden uit 1932 al: “Uit al deze voorbeelden blijkt overtuigend, dat men in pijpen evengoed het meervoud van het zelfstandig naamwoord kan zien, als de onbepaalde wijs van het werkwoord; beide opvattingen golden vroeger, en ook thans is het niet uit te maken, welke van beide bedoeld wordt, ofschoon men vrij algemeen er den infinitief in gevoelt.” De hedendaagse woordenboeken vermelden beide varianten.